Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 20 december 2002
Notarisaansprakelijkheid bij financiering van aandelenoverdracht; verboden financiële steunverlening artikel 2:207c BW
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
Een financier verwijt een notaris onzorgvuldig handelen doordat hij het gefinancierde bedrag aanwendde voor een aandelenoverdracht in plaats van voor de koop van de activa. De A-G concludeert tot vernietiging van het arrest van het hof. Artikel 2:207c BW speelt een rol omdat de financier stelde dat de aandelenoverdracht nietig was wegens verboden financiële steunverlening. Het hof had hierover volgens de A-G niet mogen zwijgen.
Kernoverweging
“Op de notaris rust in zijn hoedanigheid, uit hoofde van zijn taak bij het verlijden van een akte, een zwaarwegende zorgplicht ter zake van hetgeen nodig is voor het intreden van de rechtsgevolgen welke zijn beoogd met de in die akte opgenomen rechtshandelingen: HR 28 september 1990, NJ 1991, 473 en HR 27 maart 1992, NJ 1993, 188 m.nt. EAAL. Mede gelet op het vertrouwen dat de deelnemers in het rechtsverkeer moeten kunnen stellen in een notariële akte, geldt deze verplichting jegens alle belanghebbenden: HR 28 september 1990, NJ 1992, 473 m.nt EAAL onder NJ 1992, 474; vergelijk HR 4 oktober 1996, NJ 1997, 594 m.nt WMK. In beide laatstgenoemde arresten ging het om een belanghebbende die niet had gecompareerd maar wiens naam en betrokkenheid (belang) bij de rechtshandeling uit de akte konden worden afgeleid. Zürich kan naar mijn oordeel met een zodanige belanghebbende op één lijn worden gesteld nu zij als financier bij de bedrijfsoverdracht was betrokken en haar betrokkenheid voor de notaris voldoende kenbaar was aangezien zij aan de notaris gelden had toevertrouwd onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat deze eerst mochten worden uitbetaald indien de akte bedrijfsoverdracht lichamelijk ongewijzigd zou zijn gepasseerd; Zürichs belang bestond minstgenomen in vermijding van het restitutierisico verbonden aan het uitkeren van de gelden op een niet-rechtsgeldige akte. 's Hofs oordeel dat het - daargelaten de juistheid van de stelling van Zürich dat de akte bedrijfsoverdracht nietig […]”
r.o. 19