Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 10 februari 2006
Conclusie A-G: jaarrekeningrecht KPN, RJ-richtlijnen, artikel 2:362 BW en impairment
- Jaarrekening
- Boek 2 BW
Samenvatting
Conclusie van de A-G in een jaarrekeningzaak van een beursvennootschap tegen een aandeelhoudersstichting. De A-G bespreekt de rol van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving bij artikel 2:362 BW, de beperkte toetsing van de beoordelingsvrijheid van de ondernemingsleiding en de grenzen van de rechtsstrijd in de jaarrekeningprocedure. Hij concludeert tot vernietiging van de arresten van de OK, omdat die een te strenge maatstaf heeft gehanteerd en buiten de rechtsstrijd is getreden.
Kernoverwegingen
“Art. 2:362 lid 1 BW bepaalt als volgt: "De jaarrekening geeft volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen en het resultaat, alsmede voor zover de aard van een jaarrekening dat toelaat, omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van de rechtspersoon. (...)" Blijkens hetgeen Minister Polak in de Memorie van Toelichting heeft opgemerkt, heeft de wetgever er bewust voor gekozen de concretisering van de "normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd" aan de praktijk over te laten: "Zoals reeds in de toelichting op artikel 3 is vermeld, schrijft het ontwerp niet bepaalde maatstaven voor de waardering voor. In de eerste plaats is de wetenschappelijke beoefening van de bedrijfseconomie nog te zeer in beweging om in de wet een bepaalde methode vast te leggen; waardering op basis van de vervangingswaarde vindt evenzeer verdediging als die op grond van de historische kostprijs. Daarbij komt dat sommige waarderingsgrondslagen zich voor bepaalde bedrijfstakken beter lenen dan andere. Tenslotte is het van belang een toekomstige ontwikkeling niet af te snijden. Het komt de ondergetekende dan ook; evenals de Commissie Ondernemingsrecht, juist voor, niet te kiezen voor een bepaalde methode, maar het bedrijfsleven hierin een zekere vrijheid te laten. Die vrijheid is niet onbeperkt: de waarderingsgrondslagen moeten voldoen aan normen die […]”
r.o. 3.3
“Een jaarrekening dient te voldoen aan de wettelijke regels van titel 9 Boek 2 BW. Dat betekent dat de rubricering, benaming, bijeenvoeging en uitsplitsing van gegevens daarin en de waarderingsgrondslagen aan de normen die uit titel 9 voortvloeien moeten voldoen. Het gaat hier om de vraag of een bepaalde presentatie in de jaarrekening in overeenstemming met een wettelijke bepaling uit titel 9 is. De rechter in de jaarrekeningprocedure toetst bij de beantwoording van deze vraag de weergave in de jaarrekening in beginsel volledig aan de in de wet gestelde vereisten. Er doen zich hierbij een aantal complicaties voor. Deze complicaties leiden ertoe dat de rechter in vele gevallen slechts beperkt mag toetsen. Aan een presentatie in de jaarrekening ligt meestal een beoordeling van de omvang van een bepaald risico of een bepaalde verwachting dan wel de inschatting van de aard, realiteit of omvang van een onderliggende rechtsverhouding, rechtshandeling, schuld of vordering ten grondslag. Het is aan de ondernemingsleiding dergelijke beoordelingen en inschattingen die vaak een enigszins subjectief karakter hebben te maken. Op dit punt heeft de ondernemingsleiding ook beoordelingsvrijheid. Verschillende beoordelingen en visies zijn dikwijls mogelijk. De rechter in een jaarrekeningprocedure speelt hierin in beginsel geen rol. Hij moet uitgaan van en vertrouwen op de door de ondernemingsleiding op deze punten gemaakte waarderingen en inschattingen. Alleen in geval deze beoordelingen en […]”
r.o. 3.7
“Ik oordeel over dit middelonderdeel als volgt: SOBI heeft in de dagvaarding aangevoerd dat door de uitgifte van de nieuwe aandelen aan NTT DoCoMo weliswaar de agioreserve en het eigen vermogen van KPN Mobile zijn verhoogd, maar er geen aandelen zijn verkocht en KPN daardoor geen boekwinst heeft gemaakt op verkoop van de aandelen KPN Mobile.(29) Het feit dat KPN deze transactie als boekwinst heeft gepresenteerd binnen het bedrijfsresultaat is door SOBI "extreem misleidend" geacht. De klacht van SOBI betreft dus de vraag of KPN de zogenaamde verwateringswinst in de winst- en verliesrekening tot uitdrukking mocht brengen. Uit de dagvaarding blijkt dat SOBI alleen deze vraag heeft voorgelegd aan de Ondernemingskamer. Uit de processtukken blijkt niet dat SOBI op enig later moment in onderhavige procedure haar klachten heeft uitgebreid met een subsidiaire klacht over de wijze waarop de verwateringswinst in de winst- en verliesrekening is gepresenteerd voor het geval de Ondernemingskamer zou oordelen dat KPN dit type winst in de winst- en verliesrekening zou mogen verantwoorden(30). SOBI hechtte kennelijk -zo leid ik uit de processtukken af- geen waarde aan dit vraagstuk. Art. 1001 lid 2 Rv bepaalt dat de dagvaarding vermeldt in welk opzicht de jaarrekening, het jaarverslag of de overige gegevens herziening behoeven. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever met deze bepaling heeft beoogd aan te geven dat aan het verzochte in de dagvaarding geen strenge eisen mogen worden […]”
r.o. 4.5