← Week 39

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 29 september 2006

Arubaanse vereniging van appartementseigenaren: misbruik van stemrecht en vernietigbaarheid van ledenbesluiten

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Appartementseigenaren vorderen vernietiging van besluiten van de ledenvergadering van een Arubaanse coöperatieve vereniging van appartementseigenaren, waarbij de meerderheidsstemmer besluiten over een managementovereenkomst, een lening en een bestuursbenoeming doordrukte met gelieerde partijen. De A-G acht gebruik van de toegekende stemmen en de bestuursbenoemingen in beginsel toelaatbaar, maar de motivering over de gelieerde managementovereenkomst en lening onvoldoende en concludeert tot vernietiging van de beschikking.

Kernoverwegingen

“Ik acht de (rechts)oordelen van het hof juist dat het stemrecht van Elmsford (i) niet door tijdsverloop teniet is gegaan, (ii) dat stemrechten naar hun aard in beginsel kunnen worden gebruikt bij de totstandkoming van elk besluit en (iii) dat de enkele omstandigheid dat de stemmen voor het dienen van bepaald belang zijn toegekend dit in principe niet anders maakt. Anders dan het middel betoogt (onder 2.2), brengt het enkele feit dat Elmsford de stemrechten verbonden aan de gym wellicht gebruikt heeft voor een ander doel dan waarvoor deze bij splitsing van het resort aan hem zijn toegekend niet met zich dat deze stemmen niet door hem zouden kunnen worden gebruikt wegens misbruik van bevoegdheid. Deze beperking volgt ook niet uit de akte van splitsing. Het hof heeft het recht op dit punt niet miskend. 2.7 Voorts wijst het onderdeel erop dat het oordeel van het hof onvoldoende is gemotiveerd dat in dit geval geen sprake zou zijn van strijd met de statuten, 'te meer nu het Hof door het gebruik van de woorden "op zichzelf" (in r.o. 4.4, pag. 4 bovenaan) juist ten minste de mogelijkheid openlaat dat van zo'n strijd met art. 18 lid 4 sprake is." 2.8 Ook deze klacht faalt. Het hof heeft in de bestreden rechtsoverweging met de woorden "op zichzelf" tot uitdrukking gebracht dat uit het enkele feit dat het stemrecht wordt aangewend voor een ander doel dan waarvoor het oorspronkelijk aan Elmsford was toegekend, op zichzelf niet volgt dat deze stemmen nietig zijn. Daarmee keert deze […]”

r.o. 2.6

“Ik acht deze klacht terecht voorgesteld. Voor zover het hof meende dat het verschil tussen een marktconforme vergoeding van 6% en de bedongen vergoeding van 10% in de omstandigheden van het geval als niet voldoende afwijkend kan worden beschouwd zodat er op voorhand van strijdigheid met de redelijkheid en billijkheid geen sprake is, acht ik dit oordeel onvoldoende gemotiveerd in een geval als het onderhavige waarin er sprake is van een verwevenheid van belangen van aan elkaar gelieerde partijen en van een risico van behartiging van eigen belangen boven de belangen van de Vereniging. Er is mijns inziens wel degelijk sprake van een substantieel verschil.(5) Indien het hof meende dat in dit geval een verschil van 4% in het licht van de omstandigheden van het geval géén strijd met de redelijkheid en billijkheid oplevert acht ik onvoldoende begrijpelijk welke omstandigheden naar het oordeel van het hof een verschil van 4% rechtvaardigen. Juist acht ik 's hofs oordeel dat de omstandigheid dat Elmsford gelieerd is aan [betrokkene 1] op zichzelf niet meebrengt dat de overeenkomst tegen de belangen van de overige appartementseigenaren indruist. Dit laat echter onverlet dat - gezien het feit dat Elmsford gelieerd is aan [betrokkene 1] - zich in dit geval een situatie voordoet waarin rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheid dat Elmsford via deze verwevenheid eigen belangen heeft laten prevaleren boven de belangen van de overige appartementseigenaren. In het licht van de […]”

r.o. 2.13

“Indien inderdaad sprake is van een hoger dan marktconform rentetarief is de stelling dat Elmsford wordt bevoordeeld ten koste van de overige appartementseigenaars juist. Dat Elmsford zelf ook meebetaalt aan de rente als houder van een groot aantal appartementen kan daaraan niet afdoen. Ervan uitgaande - zoals ook het hof heeft gedaan - dat de wederpartij van de Vereniging bij de geldlening, gelieerd is aan Elmsford komt in dat geval het teveel betaalde indirect weer aan Elmsford / [betrokkene 1] ten goede. Ik acht het onder die omstandigheid zeer wel mogelijk dat het besluit tot het aangaan van de leningsovereenkomst in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Het hof heeft op dit punt zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd. Hierbij wijs ik er nog op dat [verzoeker] c.s. in de feitelijke instanties bewijs hebben aangeboden van de door hen aangedragen stellingen, zoals het bedingen van een hogere dan marktconforme rente. Het onderdeel dient mijns inziens te slagen. De overige klachten vervat in dit onderdeel behoeven mijns inziens geen bespreking. 2.18 Onderdeel 5 keert zich tegen 's hofs oordeel dat de bestuursbenoemingen geldig zijn geschied: "4.13 Bij agendapunt 5 zijn vijf bestuursleden benoemd. Het staat een houder van de statutair vereiste meerderheid van stemmen in de algemene ledenvergadering in beginsel vrij om de bestuursleden te kiezen of te benoemen die hij in het belang van de vereniging geschikt acht. De enkele omstandigheid dat alle benoemde bestuursleden […]”

r.o. 2.17

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2006:AY5697
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
29 september 2006
Datum publicatie
29 september 2006
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
5:130 BWA, 3:13 BWA, 5:133 BWA
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid, Vereniging, stichting en coöperatie
Weekoverzicht
Week 39 van 2006

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.