← Week 51

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 24 december 2010

Conclusie: bestuurdersaansprakelijkheid wegens betalingsonwil en geen vereenzelviging van entiteiten

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een schuldeiser neemt de enig aandeelhouder en bestuurder van een trustvennootschap persoonlijk aansprakelijk voor een onbetaalde vennootschapsschuld; het hof wees dit toe wegens betalingsonwil. De A-G concludeert dat betalingsonwil een ernstig persoonlijk verwijt impliceert en dat het hof de stelplicht juist heeft toegepast. Ook vereenzelviging of misbruik van identiteitsverschil slaagt niet, omdat onderlinge verwevenheid van rechtspersonen daarvoor onvoldoende is. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

Kernoverwegingen

“In de onderhavige zaak heeft Philpro gesteld dat er sprake is van betalingsonwil aan de zijde van [eiser], omdat door [eiser] Dynamo Trust bewust leeg wordt gehouden(4) en daarmee geen verhaal bood voor Philpro (rov. 2.22). [Eiser] heeft zich verweerd met de stelling dat er geen sprake is van betalingsonwil, maar dat er aan de zijde van Dynamo Trust betalingsonmacht is, omdat Dynamo Trust geen vermogen heeft en ook niet heeft gehad en niet de beschikking had over een bestaande of te verkrijgen kredietfaciliteit(5). Kennelijk is het Hof in rov. 2.25 van oordeel dat [eiser] niet voldoende heeft gesteld om aannemelijk te maken dat Dynamo Trust geen mogelijkheden heeft om te betalen. Het Hof heeft daar overwogen dat [eiser] niet heeft aangevoerd ook maar een poging te hebben ondernomen om de vorderingen van Philpro te voldoen. Volgens het Hof rustte op [eiser], met (overwegende) zeggenschap binnen Dynamo Trust, de verplichting om, indien betaling niet rechtstreeks uit het vermogen van Dynamo Trust kon plaatsvinden, pogingen te doen om op andere wijze tot betaling van de schuld van Dynamo Trust aan Philipsburg Properties te komen. Het Hof overweegt in rov. 2.25 dat daarbij te denken valt aan: "(...) het aanwenden of verkrijgen van krediet of het, al dan niet middels een lening aan Dynamo Trust, voldoen van de vordering door het kantoor [A] of de Stichting zoals dat kennelijk ook is gebeurd bij de betaling van de in het kader van de faillissementsaanvraag van Dynamo Trust […]”

r.o. 3.3

“Het onderdeel neemt terecht tot uitgangspunt dat voor aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad vereist is dat de betrokken bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt treft. Bij de invulling van het ernstig verwijtvereiste in de sfeer van de onrechtmatige benadeling van schuldeisers wordt de nadruk gelegd op de voorzienbaarheid voor de bestuurder van de benadeling van de schuldeisers van de vennootschap. De Hoge Raad overwoog in het arrest Ontvanger/[...](8): "Van een dergelijk ernstig verwijt zal in ieder geval sprake zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Er kunnen zich echter ook andere omstandigheden voordoen op grond waarvan een ernstig persoonlijk verwijt kan worden aangenomen." In de onderhavige zaak heeft het Hof in rov. 2.23 overwogen dat [eiser] aansprakelijk kan worden gehouden voor het niet voldoen aan de betalingsverplichtingen door Dynamo Trust indien de onmacht of nalatigheid van Dynamo Trust om de vorderingen van Philpro te voldoen, voortvloeit uit betalingsonwil van [eiser]. Daarvan kan volgens het Hof sprake van zijn wanneer [eiser], als degene die de volledige zeggenschap over de vennootschap uitoefent, heeft nagelaten om ervoor te zorgen dat aan Dynamo Trust gelden ter beschikking […]”

r.o. 3.7

“In deze zaak heeft het Hof geoordeeld dat er bij het veroorzaken van de schade die het gevolg is van onrechtmatige beslaglegging geen sprake is geweest van misbruik van identiteitsverschil. Dat is m.i. goed verdedigbaar. De omstandigheden die het Hof in rov. 2.24 opsomt duiden slechts op onderlinge verwevenheid van een aantal (rechts)personen. Onderlinge verwevenheid is op zich zelf niet voldoende om misbruik van identiteitsverschil die tot vereenzelving leidt aan te nemen (zie ook de juiste opmerkingen van het Hof hierover in rov. 2.25). De onderdelen a en b falen. 4.4 De onderdelen c en d zijn gericht tegen het oordeel van het Hof in rov. 2.10 dat er geen grond bestaat "voor vereenzelviging van het kantoor [A], de Stichting en Dynamo Trust". Door zich te beperken tot een onderzoek naar de mogelijkheid van vereenzelviging van deze drie (rechts)personen, heeft het Hof verzuimd te oordelen over het door Philpro verdedigde standpunt dat - op grond van uitzonderlijke omstandigheden van het geval - vereenzelviging van [eiser] zelf met Dynamo Trust de meest aangewezen vorm van redres is. Deze door Philpro bepleite vereenzelviging zou ertoe leiden dat op [eiser] zelf de verplichtingen komen te rusten die op Dynamo Trust rusten uit hoofde van haar aansprakelijkheid jegens Philpro wegens onrechtmatige beslaglegging. Het oordeel van het Hof is daarom onbegrijpelijk aldus onderdeel c. Voorzover moet worden begrepen dat het Hof wel degelijk (mede) vereenzelviging van [eiser] zelf met […]”

r.o. 4.3

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2010:BO4914
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
24 december 2010
Datum publicatie
24 december 2010
Spoor
Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
beide
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 51 van 2010

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.