Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 13 januari 2012
Bonusaanspraken bankmedewerker; Boek 2 slechts zijdelings genoemd bij Code Banken en bonusregeling
- Overig Boek 2
- Jaarrekening
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
Conclusie in een arbeidsrechtelijke zaak over niet-uitgekeerde bonussen van een bankmedewerker. De A-G bespreekt uitgebreid de maatschappelijke context van excessieve bonussen, waarbij artikel 2:391 BW (naleving Code Banken in het jaarverslag) en artikel 2:8 BW (redelijkheid en billijkheid in het wetsontwerp over bonussen van bestuurders) slechts zijdelings worden genoemd. De Boek 2-bepalingen zijn niet dragend voor de beoordeling van de klachten.
Kernoverwegingen
“De Nederlandse Vereniging van Banken heeft op 9 september 2009 een "Code Banken" vastgesteld. Volgens de preambule maakt deze deel uit van het stelsel van "nationale, Europese en internationale wet- en regelgeving, jurisprudentie en codes".(17) Op grond van art. 2:391 lid 5 BW in samenhang met het Besluit vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag van banken(18) moet - kort gezegd - in de jaarverslagen worden vermeld dat de principes van de code worden nageleefd.(19) 4.6.1 Een bank dient een "zorgvuldig, beheerst en duurzaam beloningssyteem" te voeren "in lijn met haar strategie en risicobeleid".(20) Variabele beloningen moeten mede gerelateerd zijn aan de lange termijn doelstellingen van de bank.(21) Ze moeten afhankelijk zijn van de prestaties van het "individu", zijn bedrijfsonderdeel en van de bank als geheel.(22) 4.6.2 Noch het een, noch het ander was in deze zaak het geval. Voor een lid van de raad van bestuur geldt dat de variabele beloning niet meer mag zijn dan 100% van het vaste inkomen.(23) [eiser] behoorde niet tot deze groep, maar niet aanstonds valt in te zien waarom voor hem een héél wezenlijk andere benadering zou moeten gelden. In een reeks van jaren was dat zéér uitgesproken anders; zie het overzichtje in de inleiding op het middel onder 2. Evaluatie van de Code Banken 4.7 De Commissie Burgmans(24) heeft zich in een interim-rapport gebogen over de wijze waarop met de Banken Code wordt omgegaan. Het oordeel valt vrij kritisch […]”
r.o. 4.5
“Inmiddels is een wetsontwerp aanhangig dat de mogelijkheid biedt om een bonus van een bestuurder aan te passen als deze "naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn"; bij "financiële ondernemingen" geldt de regeling ook voor bepalers van het dagelijkse beleid, terwijl "onderzocht kan worden" of zich daar "problemen voordoen" waarvoor, zo begrijp ik, de regeling ook nuttig zou (kunnen) zijn.(26) Onder bijzondere omstandigheden kan een bonus zelfs worden teruggevorderd.(27) De MvT schuift in dit verband de "redelijkheidstoets" naar voren.(28) Uit het vervolg kan worden opgemaakt dat wordt gedoeld op zowel de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid als op onvoorziene omstandigheden.(29) Een aantal bladzijden later wordt opgemerkt dat het gaat om "maatstaven van redelijkheid en billijkheid" die overeenkomen met die van "artikel 6:248 en art. 2:8 BW", in welk verband nog wordt gewezen op art. 3:12 BW en de daarin genoemde heersende rechtsovertuiging.(30) De MvT noemt een aantal relevante factoren aan de hand waarvan kan worden bepaald of een beloning excessief is: de omvang van het bedrijf, de sector en de beloningsverhoudingen binnen de onderneming. Met instemming wordt verwezen naar "de Code",(31) blijkbaar de corporate governance code. 4.9 In een vrij duistere uiteenzetting in de MvT wordt vermeld dat de onder 4.8 genoemde "redelijkheidstoets" "in internationaal verband" opgeld doet "als reactie op de kredietcrisis".(32) Volgens de […]”
r.o. 4.8