← Week 26

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 28 juni 2013

Artikel 2:248 BW: onbelangrijk verzuim bij termijnoverschrijding openbaarmaking jaarrekening

  • Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Jaarrekening
  • Boek 2 BW

Samenvatting

In cassatie is nog aan de orde of een gewezen bestuurder aansprakelijk is voor het boedeltekort van drie failliete vennootschappen wegens te late openbaarmaking van de jaarrekening 2003 (artikel 2:248 lid 2 BW). De A-G meent dat een overschrijding van ongeveer veertien dagen of minder als onbelangrijk verzuim kan gelden, maar dat bij een langere overschrijding bijkomende omstandigheden buiten de macht van het bestuur nodig zijn. Ook de periode na het aftreden van de bestuurder telt volgens de A-G mee; die kan alleen via matiging worden gecorrigeerd. De conclusie strekt tot gedeeltelijke vernietiging.

Kernoverwegingen

“Indien de verplichtingen tot openbaarmaking van de jaarrekening als omschreven in artikel 2:394 BW niet zijn nagekomen, brengt dat ingevolge lid 2 mee dat het er onweerlegbaar voor moet worden gehouden dat het bestuur in algemene zin zijn bestuurstaak onbehoorlijk heeft vervuld. Eén van die verplichtingen uit artikel 2:394 BW is de verplichting dat het openbaar maken van de jaarrekening uiterlijk dertien maanden na afloop van het betreffende jaar op de voorgeschreven wijze dient plaats te vinden (lid 3 van artikel 2:394 BW). De onbehoorlijke taakvervulling die met het niet-naleven van de verplichtingen uit artikel 2:394 BW is gegeven, wordt in lid 2 verder vermoed een belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn. Dit vermoeden kan worden weerlegd.() Achter deze strenge regeling steekt de overweging dat crediteuren van de vennootschap belang hebben bij de naleving van onder meer artikel 2:394 BW(), alsook het oogmerk om de bewijspositie van de curator te versterken.()”

r.o. 2.3

“Uit de geciteerde overweging valt af te leiden dat een overschrijding van “enkele dagen” als zodanig – dus zonder dat verklarende omstandigheden hoeven te worden gesteld – als een onbelangrijk verzuim is te beschouwen, maar dat een overschrijding met 17 dagen niet een geval van een overschrijding met “enkele dagen" en dus niet reeds als zodanig een onbelangrijk verzuim vormt. In het arrest uit 1993 waarnaar de Hoge Raad verwijst - het arrest Brens qq/Sarper() -, was met betrekking tot twee boekjaren sprake van overschrijding van de 13 maanden periode met 11 respectievelijk 12 dagen. Het hof merkt beide overschrijdingen aan als een onbelangrijk verzuim.() De Hoge Raad overweegt dienaangaande in rov. 3.3.: “De klachten komen – terecht – niet op tegen het in de tweede zin van ’s hofs r.o. 4.5 besloten liggend oordeel dat, indien wordt aangenomen dat op de voet van artikel 2:210 lid 1 een besluit tot verlenging van de termijn voor het opmaken van de jaarrekening met zes maanden is genomen, sprake is van een onbelangrijk verzuim in de zin van art. 2:248 lid 2 laatste zin, aangezien de jaarrekeningen dan “slechts enkele dagen te laat gedeponeerd” zijn.” Deze overweging laat de conclusie toe dat een overschrijding van 12 dagen als zodanig als een onbelangrijk verzuim is op te vatten.() Geldt dat ook voor een overschrijding van de termijn met 13 tot 16 dagen? Daaromtrent is door de Hoge Raad nog geen expliciete uitspraak gedaan. De lagere rechtspraak biedt hier ook geen houvast.() […]”

r.o. 2.5.2

“Als de termijnoverschrijding langer is dan – dat aantal wordt hier maar aangehouden – 14 dagen, dan, zo volgt uit het arrest Pfennings/Niederer qq, kunnen bijkomende om-standigheden de overschrijding toch nog een onbelangrijk verzuim doen zijn. Maar welke, door de bestuurder aan te voeren omstandigheden komen hiervoor in aanmerking? Deze zullen vooral moeten worden gezocht in de reden voor de termijnoverschrijding. Het strookt met de gestrengheid van de regeling van lid 2 van artikel 2:248 BW om die reden als regel te zoeken in omstandigheden die buiten de macht van het bestuur liggen, zoals onverwachte computerstoornissen of het uitvallen van een accountant door ziekte van ongewone duur.()”

r.o. 2.5.3

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2013:108
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
28 juni 2013
Datum publicatie
1 november 2013
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:248 BW, 2:394 BW, 2:138 BW, 2:210 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid, Jaarrekening
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
aangehouden/tussenuitspraak
Weekoverzicht
Week 26 van 2013

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.