← Week 17

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 26 april 2013

Conclusie: bestuurdersaansprakelijkheid na activatransactie waardoor schuldeiser onverhaalbaar werd

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een schuldeiser stelt de bestuurder en de bestuurder-enig aandeelhouder van een later failliet verklaarde vennootschap persoonlijk aansprakelijk, omdat de activa kort voor het faillissement aan een zustervennootschap zijn overgedragen en haar vordering onverhaalbaar werd. De A-G acht de maatstaf van het ernstig persoonlijk verwijt (Ontvanger/Roelofsen, met aansluiting bij artikel 2:9 BW) juist toegepast. Zij concludeert tot verwerping van het cassatieberoep, ook op de klachten over het recht op pleidooi en de niet-betwiste vordering ter verificatie.

Kernoverwegingen

“Ik stel vast dat het middel niet opkomt tegen rechtsoverweging 3.11 waarin het hof heeft vooropgesteld dat voor bestuurdersaansprakelijkheid steeds de strenge eis moet gelden dat de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt valt te maken en dat dus vastgesteld moet kunnen worden dat de wijze waarop de bestuurder zijn functie heeft vervuld jegens de schuldeiser in min of meer aanmerkelijke mate onrechtmatig is en dat daarbij alle bijzondere omstandigheden van het geval dienen te worden meegewogen. 2.15 De door het hof toegepaste maatstaf is ook juist. In het arrest Ontvanger/Roelofsen(16) heeft de Hoge Raad met betrekking tot deze maatstaf aangesloten bij art. 2:9 BW en als volgt geoordeeld overwogen: "Het gaat in een geval als het onderhavige om benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering. Ter zake van deze benadeling zal naast de aansprakelijkheid van de vennootschap mogelijk ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (i) namens de vennootschap heeft gehandeld dan wel (ii) heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. In beide gevallen mag in het algemeen alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld waar hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als […]”

r.o. 2.14

“De door het hof toegepaste maatstaf is ook juist. In het arrest Ontvanger/Roelofsen(16) heeft de Hoge Raad met betrekking tot deze maatstaf aangesloten bij art. 2:9 BW en als volgt geoordeeld overwogen: "Het gaat in een geval als het onderhavige om benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering. Ter zake van deze benadeling zal naast de aansprakelijkheid van de vennootschap mogelijk ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (i) namens de vennootschap heeft gehandeld dan wel (ii) heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. In beide gevallen mag in het algemeen alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld waar hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in art. 2:9 BW, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt (vgl. HR 18 februari 2000, nr. C98/208, NJ 2000, 295). Voor de onder (i) bedoelde gevallen is in de rechtspraak de maatstaf aanvaard dat persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder van de vennootschap kan worden aangenomen wanneer deze bij het namens de vennootschap aangaan van verbintenissen wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou […]”

r.o. 2.15

“De onderhavige zaak betreft de in het arrest van de Hoge Raad onder (ii) aangeduide aansprakelijkheid, waarbij objectieve wetenschap van benadeling is vereist(17). 2.17 Het hof heeft in rechtsoverweging 3.13 geoordeeld dat de weigering om de jegens [verweerster] aangegane betalingsverplichting na te komen geen bestuurdersaansprakelijkheid als hiervoor bedoeld oplevert, gelet op de in rechtsoverweging 3.12 omschreven omstandigheid dat en waarom [eisers] de vordering van [verweerster] jarenlang in rechte hebben betwist. 2.18 Dat [eisers] en de curator de vordering tot aan de verificatievergadering hebben betwist, doet echter niet af aan het oordeel van het hof in de rechtsoverwegingen 3.14 en 3.15 betreffende de activatransactie op 1 juli 2001, waarmee kennelijk doelbewust werd bewerkstelligd dat [verweerster] ook na het verkrijgen van een executoriale titel geen verhaal meer op Lico Teelt zou kunnen halen. De klacht treft dan ook geen doel. 2.19 Het hof heeft in rechtsoverweging 3.15 de door [eisers] aangevoerde omstandigheden dat Lico Teelt reeds per 1 juli 2001 in betalingsonmacht verkeerde en de activatransactie toen de enige mogelijkheid vormde om - op termijn - jegens de oude crediteuren nog een (deel-)betaling te doen, in zijn overwegingen betrokken en dienaangaande geoordeeld dat deze omstandigheden de ernst van het verwijt aan de bestuurder niet kan opheffen. Ik lees in het middel geen klacht tegen de uitwerking van dit oordeel door het hof in het vervolg van […]”

r.o. 2.16

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2013:CA0051
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
26 april 2013
Datum publicatie
4 juli 2013
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 2:9 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid, Overig Boek 2
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 17 van 2013

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.