← Week 41

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 10 oktober 2014

Schadeloosstelling onteigening SNS Reaal en SNS Bank; werking 403-verklaring bij achterstelling

  • Overig Boek 2
  • Aandelenwaardering
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Na de onteigening van effecten en vermogensbestanddelen van een bank en haar moedermaatschappij onder de Interventiewet gaat deze conclusie over de vaststelling van de schadeloosstelling. De A-G acht de belangrijkste klachten van de Minister tegen de beschikking van de OK gegrond, onder meer over de betekenis van de beurskoers en de toets van het aanbod. Daarnaast speelt de uitleg van een 403-verklaring (artikel 2:403 BW) een rol voor de waarde van achtergestelde vorderingen.

Kernoverwegingen

“Op 8 april 1998 heeft SNS Reaal een verklaring afgelegd als bedoeld in art. 2:403 BW. Deze verklaring van SNS Reaal (hierna: de 403-verklaring) luidt als volgt (SNS bank Nederland N.V. is dezelfde rechtspersoon als SNS Bank):

“(…) verklaart hierbij zich hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de uit de rechtshandelingen van de navolgende vennootschap, te weten: SNS bank Nederland N.V., gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,

voortvloeiende schulden, in de zin van artikel 403, lid 1, Boek 2, Burgerlijk Wetboek, met ingang van 1 januari 1997.”

Het besluit van de Minister van 1 februari 2013 (het onteigeningsbesluit)”

r.o. 2.5

“De beschikking van de Ondernemingskamer bevat voorts een aantal verdere eindbeslissingen omtrent kwesties die van belang kunnen zijn bij het bepalen van de hoogte van de schadeloosstelling. Een van deze kwesties betreft de vraag of de achtergestelde schuldeisers van SNS Bank die ingevolge de 403-verklaring ook een vordering hadden op SNS Reaal, bij deze laatste vordering eveneens waren achtergesteld. De Ondernemingskamer heeft deze vraag in haar beschikking in bevestigende zin beantwoord. Naar oordeel van de Ondernemingskamer moet aangenomen worden dat de rechthebbenden die een achtergestelde vordering hadden op SNS Bank, ingevolge de 403-verklaring een vordering verkregen op SNS Reaal die eveneens was achtergesteld (zie rov. 6.52 t/m 6.72).”

r.o. 3.18

“Ten overvloede merk ik op dat de bestreden beschikking naast de gegeven verklaring voor recht omtrent de vergoeding van kosten (zie dictum), wel degelijk een aanzienlijk aantal bindende eindbeslissingen bevat welke in cassatie getoetst kunnen worden. Het gaat onder meer om de beslissing dat de Minister zijn aanbod en zijn verzoek onvoldoende heeft toegelicht en dat er een schadeloosstelling vastgesteld dient te worden van hoger dan nihil (zie rov. 6.17 t/m 6.26); de beslissing over de wijze waarop de hoogte van de schadeloosstelling in het onderhavige geval bepaald dient te worden (zie rov. 6.6 t/m 6.16 en 6.28 t/m 6.33); en de beslissingen omtrent de vraag of bepaalde vorderingen al dan niet een achtergesteld karakter hadden en omtrent de 403-verklaring van SNS Reaal (zie rov. 6.34 t/m 6.72). Nu ook de Ondernemingskamer juist met het oog op een toetsing van die oordelen tussentijds cassatieberoep heeft opengesteld (zie rov. 6.74), kunnen deze oordelen niet anders opgevat worden dan als bindende eindbeslissingen die in cassatie bestreden kunnen worden (zie in overeenkomstige zin HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5356, NJ 2013/343, rov. 3.4.2).”

r.o. 4.3

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2014:1825
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
10 oktober 2014
Datum publicatie
10 oktober 2014
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:403 BW, 3:277 BW, 6:8 Wft, 6:9 Wft, 6:10 Wft, 6:11 Wft
Thema
Overig Boek 2, Aandelenwaardering
Weekoverzicht
Week 41 van 2014

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.