← Week 42

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 17 oktober 2014

One-tier board coöperatie Curaçao: is algemeen directeur uitvoerend bestuurder?

  • Overig Boek 2
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een coöperatie in Curaçao zegt de arbeidsovereenkomst van haar General Manager op zonder ontslagvergunning, omdat hij volgens haar uitvoerend bestuurder is van een one-tier board (artikel 2:18 BWC) en artikel 2:8 lid 5 BWC een arbeidsovereenkomst uitsluit. De A-G acht het oordeel van het hof dat de statuten dit meebrengen onbegrijpelijk: het dagelijks bestuur wordt gevormd door bestuursleden en de algemeen directeur is een gevolmachtigde onder het bestuur. Dat hij feitelijk het dagelijks bestuur uitoefent, maakt hem nog geen uitvoerend bestuurder. De A-G concludeert tot vernietiging en terugverwijzing.

Kernoverwegingen

“Op grond van art. 2:8 lid 1 BWC heeft iedere rechtspersoon een bestuur. Het bestuur van de rechtspersoon kan als ‘one tier board’ systeem (monistisch bestuursmodel) of als ‘two tier board’ systeem (dualistisch bestuursmodel) worden ingericht. In het eerste geval is er een algemeen bestuur en een uitvoerend bestuur, zonder dat enige personele unie is vereist (art. 2:18 lid 6 BWC). In het dualistische bestuursmodel zijn er twee afzonderlijke organen: een bestuur en een raad van commissarissen. In het monistische bestuursmodel behoort het als zodanig benoemen van leden van het uitvoerend bestuur tot de taak van het algemeen bestuur. Statutaire afwijkingen van deze regel zijn niet mogelijk, maar statutaire aanvullingen wel. Welke keuze ten aanzien van de bestuursvorm wordt gemaakt, zal afhangen van de aard van de rechtspersoon en de voorkeur van degenen die een dergelijke keuze maken. Volgens art. 18 lid 1 van (thans) BWC kunnen de statuten bepalen dat de bestuurstaken worden verdeeld over een algemeen bestuur en een uitvoerend bestuur. Op grond van art. 18 heeft het uitvoerend bestuur tot taak de rechtspersoon te besturen voor zover dit bestuur betrekking heeft op de dagelijkse gang van zaken (lid 2) en de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de rechtspersoon (lid 3). Het algemeen bestuur heeft de volgende taken en bevoegdheden: de benoeming van uitvoerende bestuurders, het vaststellen van hun bezoldiging, het beslissen over aangelegenheden die de dagelijkse gang van zaken te […]”

r.o. 2.8

“Het Hof heeft op grond van deze bepalingen geoordeeld dat daarin de mogelijkheid van een ‘one tier board’ is vastgelegd, bestaande uit een (niet-uitvoerend) bestuur en de ‘algemeen directeur’ die is belast met het dagelijks bestuur. Over het oordeel dat bij ACU van een ‘one tier board’ sprake is, wordt in cassatie niet geklaagd, zodat van de juistheid van dat oordeel moet worden uitgegaan. Het onderdeel klaagt dat het door het Hof gemaakte onderscheid tussen een (niet-uitvoerend) bestuur en de algemeen directeur, onbegrijpelijk is. Het is vaste rechtspraak dat de uitlegging van statuten aan de feitenrechter is voorbehouden. Rechterlijke oordelen over de uitleg van statuten kunnen in cassatie in beginsel slechts op begrijpelijkheid en motivering worden getoetst.”

r.o. 2.14

“Dat het in deze zaak om een kort geding gaat en daarin minder strenge motiveringseisen gelden, neemt niet weg dat ik het oordeel van het Hof onbegrijpelijk acht. Uit art. 36 lid 1 van de statuten blijkt naar mijn mening duidelijk dat het dagelijks bestuur van ACU bestaat uit een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. Krachtens art. 36 lid 5 van de statuten van ACU is het bestuur bevoegd taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur te delegeren aan de algemeen directeur die overeenkomstig art. 40 van de statuten wordt belast met de uitvoering van bestuursbesluiten en met de dagelijkse leiding van het kantoor van de coöperatie. De regeling van de ‘one tier board’ zoals opgenomen in art. 2:18 BWC sluit geenszins uit dat uitvoerende taken ten aanzien van het dagelijks bestuur worden opgedragen aan een persoon die in dienst is van de rechtspersoon. Ik verwijs op dit punt naar de MvT van de Invoeringslandsverordening, geciteerd in nr. 2.9 van deze conclusie.”

r.o. 2.15

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2014:1865
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
17 oktober 2014
Datum publicatie
9 januari 2015
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:18 BW, 2:8 BW
Thema
Overig Boek 2, Vereniging, stichting en coöperatie
Weekoverzicht
Week 42 van 2014

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.