← Week 44

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 31 oktober 2014

Faillissement vof en vennoten: koppeling en schuldsanering

  • Personenvennootschappen
  • Personenvennootschappen

Samenvatting

In deze conclusie bespreekt de A-G of het faillissement van een vennootschap onder firma noodzakelijkerwijs ook het faillissement van de vennoten meebrengt, zeker nu een vennoot toelating tot de schuldsaneringsregeling vraagt. Hij acht de al sinds 1927 geldende koppeling niet langer houdbaar, mede omdat een vof een afgescheiden vermogen heeft en de regel rechtsonzekerheid veroorzaakt. Hij concludeert tot vernietiging van het arrest van het hof.

Kernoverwegingen

“De bovengenoemde cassatieklachten wijzen er terecht op dat er geen duidelijke regeling bestaat omtrent de verhouding tussen het faillissement van een vof en de toelating van een of meer vennoten van die vof tot de schuldsanering. Sinds 1927 is vaste rechtspraak dat het faillissement van een vof tevens het faillissement van elk van de vennoten van die vof meebrengt. De Hoge Raad overwoog destijds dat het faillissement van een vof “noodwendig het faillissement van de leden der vennootschap ten gevolge heeft” (zie HR 14 april 1927, NJ 1927/725). Niet duidelijk is echter hoe die rechtspraak zich verhoudt tot de in 1998 geïntroduceerde schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen (titel III van de Faillissementswet).”

r.o. 2.4

“In de lagere rechtspraak wordt veelal aangenomen dat de regel dat het faillissement van een vof ook het faillissement van de vennoten meebrengt, aldus uitgelegd moet worden dat het daarbij voor de vennoten in plaats van faillietverklaring ook kan gaan om het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling. Die uitleg is mijns inziens juist. De wet biedt immers geen basis om een natuurlijk persoon die vennoot is van een vof welke failliet wordt verklaard, in algemene zin de toegang tot de schuldsanering te onthouden. Bovendien lijkt het juist de bedoeling van de wetgever te zijn geweest om ook een dergelijke vennoot de kans te geven weer met een schone lei te beginnen (vgl. onder meer Kamerstukken II 1992/93, 22 969, nr. 3 (MvT), p. 22-24 en 29-30, en Kamerstukken II 1993/94, 22 969, nr. 6 (MvA), p. 27-29).”

r.o. 2.5

“Overigens kan men zich afvragen of het niet beter is om helemaal afscheid te nemen van de regel dat het faillissement van een vof ook het faillissement van de vennoten meebrengt. Nu aangenomen wordt dat een vof een afgescheiden vermogen heeft en dat een vof ook als zodanig in staat van faillissement kan verkeren, bestaat er namelijk geen noodzaak tot het hanteren van die regel. Daar komt bij dat de regel geen toegevoegde waarde lijkt te hebben, terwijl zij wel leidt tot rechtsonzekerheid en ook een bron is van verdere rechtsvragen. Dat laatste geldt juist ook indien men de regel aldus herformuleert dat het faillissement van een vof voor de vennoten ofwel faillissement ofwel toepassing van de schuldsaneringsregeling meebrengt. Ik zal dit kort toelichten.”

r.o. 2.7

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2014:2114
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
31 oktober 2014
Datum publicatie
6 februari 2015
Spoor
Personenvennootschappen
Thema
Personenvennootschappen
Weekoverzicht
Week 44 van 2014

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.