Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 8 augustus 2014
Herroeping van ontbindingsbesluit bv: voorwaarden en rechterlijke toets
- Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een bv heeft haar ontbindingsbesluit herroepen en laat dit door de rechter bevestigen. De A-G beschouwt herroeping in beginsel als mogelijk, maar alleen onder stringente voorwaarden: legitieme redenen, geen nadeel voor derden en een substantieel belang van de vennootschap. De bewijslast ligt bij de verzoekende vennootschap. Hij concludeert tot vernietiging van de beschikking van het hof, dat te weinig strenge maatstaven had gehanteerd.
Kernoverwegingen
“In de praktijk blijkt de Kamer van Koophandel slechts bereid te zijn om de herroeping van een ontbindingsbesluit te registreren, nadat door de rechter is vastgesteld dat deze herroeping rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. Deze gang van zaken vindt steun in een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 25 mei 2013 (ECLI:NL:CBB:2013:CA2384, NJB 2013/1630). Het College oordeelde in die uitspraak dat de Kamer van Koophandel “het niet tot haar taak [behoeft] te rekenen zich een oordeel te vormen over het gebruik van het herroepingsinstrument en mag verlangen dat de burgerlijke rechter zich hierover uitlaat alvorens tot (her)inschrijving van de rechtspersoon over te gaan” (zie rov. 5.2). Nadat de vennootschap het besluit heeft genomen tot herroeping van het ontbindingsbesluit, zal zij aan de rechtbank moeten verzoeken om voor recht te verklaren dat deze herroeping rechtsgeldig is.”
r.o. 4.7
“In de zaak die nu in cassatie aan de orde is, heeft zowel rechtbank als hof geoordeeld dat het verzoek om voor recht te verklaren dat het ontbindingsbesluit rechtsgeldig herroepen is, voor toewijzing in aanmerking kan komen. Zij refereren daarbij de beschikkingen van het Hof Den Haag van 30 januari 2007 (ECLI:NL:GHSGR:2007:AZ7737, JOR 2007/66 (PMDC)) en 23 augustus 2011 (ECLI:NL:GHSGR:2011:BS1144, JOR 2011/327 (Frontier)). In deze beschikkingen formuleert het Hof Den Haag enkele algemene uitgangspunten voor de beoordeling van een verzoek tot verklaring voor recht dat een ontbindingsbesluit rechtsgeldig herroepen is. Deze uitgangspunten – die overigens ook in enkele andere procedures zijn aangenomen – luiden als volgt:
- het herroepen van een ontbindingsbesluit is onder omstandigheden mogelijk, ook indien het ontbindingsbesluit al is ingeschreven in het handelsregister; - de herroeping kan plaatsvinden door het orgaan dat het ontbindingsbesluit heeft genomen; - herroeping is niet meer mogelijk indien de rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan; - herroeping van de ontbinding impliceert niet dat daarmee met terugwerkende kracht alle gevolgen van de ontbinding ongedaan worden gemaakt; - herroeping van het ontbindingsbesluit kan slechts plaatsvinden indien daarbij aansluitend controle plaatsvindt door de rechter; - bij verzoekschrift kan aan de rechter een oordeel worden gevraagd over het gebruik van de herroepingsmogelijkheid, dit naar analogie met art. 2:19 lid 2 BW; - in […]”
r.o. 4.9
“De opvatting dat herroeping van een ontbindingsbesluit, mits voldaan is aan bepaalde voorwaarden, kan worden toegestaan, heeft gezien de bovenbedoelde jurisprudentie en literatuur goede papieren. Erkenning van de herroepingsmogelijkheid past immers in het streven om onnodige juridische belemmeringen voor de aandeelhouders van een besloten vennootschap zoveel mogelijk weg te nemen. Daarnaast lijkt er, op het eerste gezicht, weinig reden om aan te nemen dat derden als gevolg van het erkennen van de herroepingsmogelijkheid benadeeld zouden kunnen worden. Zo brengen het ontbindingsbesluit en de daardoor ontstane ‘staat van ontbinding’ in de regel geen wijziging teweeg in de vermogensrechtelijke aanspraken en verplichtingen van de vennootschap. Verder zal bijvoorbeeld zowel van de ontbinding als van het (rechtsgeldig) herroepen van die ontbinding opgaaf moeten worden gedaan aan het handelsregister.”
r.o. 4.10