← Week 48

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 28 november 2014

Disculpatie feitelijk bestuurder artikel 2:248 lid 3 BW: onvoldoende gemotiveerd

  • Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

De curatoren in meerdere faillissementen spreken een feitelijk bestuurder aan voor het boedeltekort op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur (artikel 2:248 BW). Het hof wees de vordering af omdat het disculpatieverweer van lid 3 slaagde. De A-G concludeert tot vernietiging, omdat niet blijkt dat de vereisten voor disculpatie zijn bewezen, in het bijzonder dat de bestuurder niet nalatig was in het treffen van maatregelen, en het oordeel onvoldoende gemotiveerd is.

Kernoverwegingen

“De klachten van het cassatiemiddel zijn gegrond. Het hof heeft de afwijzing van de vordering tegen [verweerster], gebaseerd op het oordeel dat [verweerster] zich met grief 10 met succes beroept op de disculpatiemogelijkheid van art. 2:248 lid 3 BW (jo. art. 2:248 lid 7 BW) (zie rov. 2.34 t/m en 2.36). Deze disculpatiemogelijkheid houdt in dat een bestuurder niet aansprakelijk is indien hij bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur niet aan hem te wijten is en dat hij ook niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan (van die onbehoorlijke taakvervulling) af te wenden.”

r.o. 2.2

“Het cassatiemiddel wijst er terecht op dat uit het bestreden arrest niet blijkt dat aan deze door art. 2:248 lid 3 BW gestelde vereisten voor disculpatie is voldaan. Indien het hof is uitgegaan van een juiste rechtsopvatting omtrent de maatstaf van art. 2:248 lid 3 BW, dan is zijn oordeel daarover in elk geval onvoldoende gemotiveerd. Zo blijkt uit het bestreden arrest niet dat, en op welke grond, door het hof geoordeeld zou zijn dat – in tegenstelling tot hetgeen de rechtbank in eerste aanleg uitdrukkelijk en gemotiveerd geoordeeld heeft (zie rov. 5.54 van het vonnis van 11 mei 2011; zie hierboven onder 1.4) – bewezen moet worden geacht dat [verweerster] niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur af te wenden.”

r.o. 2.3

“Het voorgaande betekent dat de klachten van het cassatiemiddel doel treffen en dat het arrest van het hof niet in stand kan blijven. Het middel behoeft hier voor het overige om die reden ook geen bespreking.”

r.o. 2.4

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2014:2352
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
28 november 2014
Datum publicatie
6 maart 2015
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
2:248 BW, 2:10 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
aangehouden/tussenuitspraak
Weekoverzicht
Week 48 van 2014

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.