Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 2 mei 2014
Bestuurdersaansprakelijkheid bij verstrekken tweede in plaats van eerste pandrecht aan financier
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een financier sprak de bestuurder van een groep autobedrijven in persoon aan omdat de vennootschappen een tweede in plaats van het toegezegde eerste pandrecht verstrekten en geen verhaal boden. De A-G vindt dat het hof een te strenge maatstaf hanteerde, maar dat bij persoonlijke aansprakelijkheid niet te snel van een behoren te weten mag worden uitgegaan. Hij concludeert tot vernietiging van het arrest, mede omdat de uitleg van de verpandingsplicht niet houdbaar is.
Kernoverwegingen
“Het Hof is er met juistheid van uitgegaan dat voor persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder een voldoende ernstig verwijt is vereist. Dat is vaste rechtspraak.”
r.o. 3.2
“In rov. 15 en 16 respondeert het Hof klaarblijkelijk op de onder 4.1 sub a en b verwoorde grondslagen van de vordering. Het middel doet geen beroep op enige aankleding van die grondslagen. Zeker nu [verweerder] in de cva aangeeft dat RCI haar stellingen niet heeft onderbouwd en hij deze ook heeft bestreden, is ’s Hofs oordeel juist. RCI kan het Hof niet euvel duiden dat het onderbouwing vergt van grondslagen die RCI zelf onder haar vordering heeft geschoven, zoals RCI deze zelf in het cassatiemiddel heeft samengevat; zie hiervoor onder 4.1. Hierop stuiten alle klachten die scharnieren om de grondslagen a en b af.”
r.o. 4.4
“Zoals onder 4.1 sub c al vermeld, is één van de poten van de vordering dat [verweerder] RCI in de waan heeft gebracht dat RCI een solide zekerheidspositie had. Het Hof heeft dat klaarblijkelijk onvoldoende gevonden voor persoonlijke aansprakelijkheid op de enkele grond dat wetenschap als onder 4.5 vermeld ontbrak of dat daaromtrent onvoldoende is aangevoerd. Aldus heeft het Hof een te strenge maatstaf aangelegd. Zodanige wetenschap is immers (zeker) niet steeds vereist. Dat valt m.i. af te leiden uit het Eurocommerce-arrest van Uw Raad. Ware dat al anders, dan biedt allicht het arrest X/Hoffman (Spaanse villa) soelaas.”
r.o. 4.6