Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 20 juni 2014
Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder naast faillissementspauliana; Spaanse villa-maatstaf
- Aansprakelijkheid toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een curator stelt dat panden beneden de waarde zijn doorverkocht aan een bestuurder en diens vennootschap om verhaal van schuldeisers te frustreren. Het hof wees de pauliana af, maar achtte onrechtmatig handelen bewezen en veroordeelde de bestuurder ook persoonlijk. De A-G concludeert dat afwijzing van de pauliana een onrechtmatige daad niet uitsluit en dat het hof de bestuurder mocht aanspreken op een persoonlijke zorgvuldigheidsnorm (Spaanse villa-arrest), zonder dat het ernstig-verwijtcriterium geldt. Hij concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.
Kernoverwegingen
“Het middel neemt tot uitgangspunt dat het hof [eiser 1] als bestuurder van Kameleon aansprakelijk heeft geacht respectievelijk heeft gemeend dat aan [eiser 1] een ernstig verwijt kon worden gemaakt (externe bestuurdersaansprakelijkheid). Het faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. Het hof wijst er weliswaar op dat [eiser 1] bestuurder van Kameleon is, maar oordeelt dat het handelen van [eiser 1] – zoals in rov. 4.2.5 en 4.2.8 is omschreven en dat niet is beperkt tot de transactie tussen [betrokkene 1] en Kameleon − hem “persoonlijk als onrechtmatig handelen valt te verwijten”. Net als in Uw arrest van 23 november 2012 in de ‘Spaanse villa-zaak’ heeft het hof [eiser 1] persoonlijk aansprakelijk geacht en niet voor een onrechtmatige daad die door de vennootschap was gepleegd (wat niet uitsluit dat de onrechtmatige gedragingen van [eiser 1] in het maatschappelijk verkeer (tevens) als gedragingen van Kameleon kunnen worden aangemerkt, zodat ook de vennootschap uit eigen hoofde op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk kan worden gehouden).”
r.o. 3.30.1
“Over de reikwijdte van het arrest van 23 november 2012 wordt in de literatuur gediscussieerd. Enkele auteurs vreesden dat het ‘ernstig verwijt-criterium’ bij externe bestuurdersaansprakelijkheid nu makkelijk te omzeilen was en bestuurders daarmee sneller aansprakelijk zouden zijn, maar anderen menen dat het wel meevalt met de gevolgen van het Spaanse villa-arrest.In haar conclusie van 9 mei 2014 met zaaknr. 13/03314 heeft A-G Wesseling-van Gent, na een bespreking van de literatuur, opgemerkt (ik citeer dit ten behoeve van partijen die nog niet over deze conclusie kunnen beschikken):
“2.8 Uit de hiervoor geciteerde rechtsoverweging van de Hoge Raad in het Spaanse villa-arrest volgt dat bepalend is tot wie de geschonden norm zich richt. Richt deze zich tot de vennootschap, dan dient de aansprakelijkheid van de bestuurder te worden beoordeeld aan de hand van de strenge maatstaf dat de bestuurder van zijn handelen, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in art. 2:9 BW, persoonlijk een (voldoende) ernstig verwijt moet kunnen worden gemaakt. Indien de norm zich echter voornamelijk tot de bestuurder persoonlijk richt, dient de maatstaf te worden aangelegd dat hem van zijn handelen een verwijt kan worden gemaakt in de zin van de 'gewone' aansprakelijkheidsnorm zoals die voortvloeit uit art. 6:162 BW.”
r.o. 3.30.2
“Kennelijk was het hof van oordeel dat [eiser 1] een op hem persoonlijk rustende zorgvuldigheidsplicht heeft geschonden. Dat was in lijn met de vordering van de curator die – zoals mede gesteld in subonderdeel III.2 van het principaal cassatieberoep – nergens over een ernstig verwijt heeft gerept. Het staat m.i. buiten twijfel dat dergelijke aansprakelijkheid aan de orde kan zijn in het onderhavige geval.”
r.o. 3.30.3