← Week 43

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 23 oktober 2015

Conclusie A-G: bestuurdersaansprakelijkheid, ontzenuwing vermoeden artikel 2:248 lid 2 BW en stelplicht

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Jaarrekening
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

De curator sprak de enig bestuurder en middellijk aandeelhouder van een failliete vennootschap aan voor het boedeltekort op grond van artikel 2:248 BW, omdat jaarrekeningen structureel te laat waren gedeponeerd. Het hof wees de vordering toe, omdat de bestuurder het wettelijk vermoeden van onbehoorlijk bestuur als belangrijke oorzaak van het faillissement niet had ontzenuwd door te weinig onderbouwde stellingen. De A-G concludeert tot verwerping van het cassatieberoep: blote stellingen volstaan niet en bewijsaanbod mag worden gepasseerd als niet aan de stelplicht is voldaan.

Kernoverwegingen

“Het cassatiemiddel is opgebouwd uit vier onderdelen. In onderdeel 1 betoogt [eiser] - kort gezegd - dat het Hof te hoge eisen heeft gesteld aan zijn stelplicht. De klachten van het onderdeel moeten worden beoordeeld tegen de achtergrond van hetgeen in het arrest HR 30 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA6773, NJ 2008/91 (Blue Tomato) is overwogen:”

r.o. 3.1

“Rechtbank (rov. 4.6) en Hof (rov. 3.8-3.14) hebben voornoemde maatstaf terecht bij hun beoordeling tot uitgangspunt genomen. Uit de geciteerde overweging volgt dat, anders dan [eiser] lijkt te veronderstellen, in het kader van het ontzenuwen van het in art. 2:248 lid 2 BW bedoelde vermoeden niet kan worden volstaan met blote stellingen. De bestuurder zal aannemelijk moeten maken dat andere feiten of omstandigheden dan zijn onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest. De stellingen zullen derhalve van een voldoende onderbouwing moeten zijn voorzien. Daaraan schortte het naar het oordeel van het Hof in het onderhavig geval. Dat lijkt [eiser] in cassatie te miskennen. De klachten onder 1a en 1c moeten op die grond stranden. Onder 1d ziet [eiser] er aan voorbij dat het Hof bij deze stand van zaken niet toekwam aan de vraag i) of [eiser] naar aanleiding van het verwijt van de curator dat hij heeft nagelaten het intreden van de gestelde van buiten komende (mede)oorzaken te voorkomen voldoende heeft gesteld en aannemelijk gemaakt dat dit nalaten géén onbehoorlijke taakvervulling opleverde, en (ii) of de curator op de voet van art. 2:248 lid 1 BW voldoende had gesteld en aannemelijk gemaakt dat de kennelijk onbehoorlijke taakvervulling nochtans mede een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Anders dan [eiser] onder 1b aanneemt, impliceert ’s Hofs oordeel tot slot niet dat hij zijn stellingen door middel van (volledige) […]”

r.o. 3.2

“Ook de onder 2.2.a tegen rov. 3.10 en 3.11 opgeworpen motiveringsklachten worden m.i. tevergeefs voorgesteld. Voor zover [eiser] klaagt dat hij zijn eerste stelling - het faillissement is mede het gevolg geweest van de kredietcrisis met als gevolg een dramatische terugval in omzet - niet enkel heeft onderbouwd met CBS-overzichten en een publicatie van het CBS, maar tevens heeft verwezen naar de jaarcijfers van [A] en de in dagvaarding genoemde omzetcijfers, ziet hij voorbij aan de essentie van ’s Hofs oordeel. Het gaat erom dat hij zich heeft beperkt tot algemeenheden. [eiser] heeft niet onderbouwd dat de terugval in omzet een gevolg is van de kredietcrisis. Evenmin heeft hij concreet gemaakt dat en in hoeverre er een oorzakelijk verband is met het faillissement. Hetzelfde geldt voor de stelling dat hij en zijn bedrijf blijkens het boekenonderzoek en het rapport van de belastingdienst ‘de dupe zijn geworden van de economische crisis en het feit dat de banken geen krediet (meer) willen verstrekken’ en de stelling dat ook de curator niet uitsluit dat de economische crisis een rol kan hebben gespeeld bij de terugloop van orders. Op de kwestie van de kredietverstrekking is het Hof overigens nog nader ingegaan in rov. 3.12, welke overweging hier niet wordt bestreden.”

r.o. 3.6

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2015:2221
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
23 oktober 2015
Datum publicatie
18 december 2015
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
2:248 BW, 2:11 BW, 2:10 BW, 2:394 BW, 6:162 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid, Jaarrekening
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 43 van 2015

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.