← Week 6

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 6 februari 2015

Redelijk belang bij vernietiging verenigingsbesluit wegens strijd met reglement (artikel 2:15 BW)

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Leden van een stamboekvereniging vorderen onder andere vernietiging van besluiten over de goed- of afkeuring van hengsten, omdat bij de keuring het reglement is geschonden. De A-G acht het oordeel van het hof dat zij geen redelijk belang hebben bij vernietiging (artikel 2:15 lid 3 BW) juist en niet onbegrijpelijk. Hij concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.

Kernoverwegingen

“Onderdeel VI richt zich tegen het oordeel in rov. 4.20 en tegen het dictum van het bestreden arrest. Het onderdeel betoogt onder meer: “Het oordeel van het hof in rov. 4.20 dat [eisers] c.s. niet worden getroffen in een eigen belang als bedoeld in art. 2:15 lid 3 BW, nu zij Wykle uit het centraal onderzoek hebben teruggetrokken en dus de besluiten tot "goed- of afkeuren van hengsten hen niet zelf" raken, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans is, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet (voldoende) begrijpelijk gemotiveerd, nu [eisers] c.s., gelijk zij hebben gesteld, met de beslissing om – ondanks de bij het bestuur van KFPS bekende schending van reglementen tijdens de keuring waarop de inschrijving is gebaseerd toch – de drie paarden in te schrijven in het stamboek, als lid van de vereniging, als fokker en als eigenaar van Friese paarden onmiddellijk, rechtstreeks en concreet worden getroffen en dus worden geraakt in een eigen belang (als fokker, eigenaar en lid van de vereniging), nu met deze beslissing het aanzien van, de status en de waarde van Friese paarden, waaronder die van hen, onmiddellijk wordt aangetast.””

r.o. 3.17

“De klachten van onderdeel VI dienen verworpen te worden. Het hof heeft in rov. 4.20 vooropgesteld dat besluiten die in strijd zijn met een reglement, vatbaar kunnen zijn voor vernietiging (zie ook art. 2:15 lid 1 aanhef en sub c BW). Vernietiging geschiedt onder meer door een uitspraak van de rechtbank op een vordering tegen de rechtspersoon van iemand die een redelijk belang heeft bij de naleving van de verplichting die niet is nagekomen (zie art. 2:15 lid 3 aanhef en sub a BW). Daarbij is nodig dat degene die vernietiging vordert, in een eigen belang geschaad is of geschaad dreigt te worden, hetgeen diegene bij betwisting van een redelijk belang zal hebben te stellen (zie HR 31 mei 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2089, NJ 1996/694, rov. 3.4). Het hof heeft in de bestreden rechtsoverweging geoordeeld dat [eisers] c.s. niet het vereiste redelijk belang hebben bij vernietiging van de besluiten die tijdens het najaars Centraal Onderzoek 2010 zijn genomen met betrekking tot de goed- en afkeuring van dekhengsten. Naar oordeel van het hof raken de besluiten met betrekking tot de goed- en afkeuring van hengsten namelijk niet [eisers] c.s. zelf (zie rov. 4.20). Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, en het is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. In dat verband is onder meer van belang dat het hof heeft vastgesteld dat de relevante niet-naleving van het Huishoudelijk Reglement slechts betrekking had op twee van de vele beoordelingsmomenten tijdens het […]”

r.o. 3.18

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2015:59
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
6 februari 2015
Datum publicatie
3 april 2015
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:15 BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid, Vereniging, stichting en coöperatie
Weekoverzicht
Week 6 van 2015

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.