← Week 19

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 8 mei 2015

Conclusie A-G: bestuurdersaansprakelijkheid, persoonlijk ernstig verwijt, niet factureren en innen bij Riro Ventures

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Schuldeisers van een failliete bv vorderen van de feitelijk bestuurder en de statutair bestuurder betaling van onbetaalde facturen wegens onrechtmatig handelen, omdat zij zonder goede grond zijn gestopt met het factureren en innen van inkomsten. Volgens de A-G is voor persoonlijke aansprakelijkheid een persoonlijk ernstig verwijt vereist, afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de omstandigheden. Het onderscheid uit Ontvanger/Roelofsen hoeft niet telkens te worden gehanteerd. Hij concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.

Kernoverwegingen

“De klachten van onderdeel 1.1 zijn ongegrond. Voor het aannemen van persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder van een vennootschap zoals hier aan de orde, is vereist dat die bestuurder ter zake van de betreffende benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het antwoord op de vraag of een dergelijk ernstig verwijt gemaakt kan worden, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval (zie onder meer HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2627, NJ 2015/22, rov. 4.2, 4.3). Niet is in te zien waarom bij de beoordeling van de gestelde persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder telkens uitgegaan zou moeten worden van het onderscheid tussen de twee soorten gevallen zoals aangeduid in rov. 3.5 van het arrest Ontvanger/[A] (HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758, NJ 2006/659). De klachten van het onderdeel falen derhalve.”

r.o. 3.2

“De klachten van onderdeel 1.5(a) zijn ongegrond. Het hof heeft onder meer overwogen dat het in het onderhavige geval op de weg van [eiser] c.s. lag om voldoende concreet te onderbouwen dat zij binnen de grenzen van de in art. 2:9 BW bedoelde redelijke taakvervulling hebben gedaan wat mogelijk en noodzakelijk was om te bewerkstelligen dat Etirc alle bedragen die Riro Ventures haar krachtens de overeenkomst van 7 september 2008 verschuldigd was, daadwerkelijk kon innen (zie rov. 3.30 eerste tussenarrest). Dit neemt niet weg dat het hof de gestelde persoonlijke aansprakelijkheid van [eiser] c.s., beoordeeld heeft aan de hand van de maatstaf als vermeld bij de bespreking van onderdeel 1.1 (zie onder meer rov. 3.4 eerste tussenarrest). Onderdeel 1.5(a) faalt derhalve.”

r.o. 3.11

“De klachten van onderdelen 1.5(b) en 1.5(c) zijn ongegrond. Het hof heeft uitdrukkelijk en gemotiveerd geoordeeld dat [eiser] c.s. (als feitelijk/statutair bestuurders van Etirc) persoonlijk ernstig te verwijten valt dat zij een gang van zaken hebben bewerkstelligd of toegelaten waardoor, naar zij redelijkerwijs behoorden te begrijpen, bestaande verplichtingen van Etirc niet (meer) konden worden nagekomen en Etirc voor de daardoor ontstane schade van de Consultants ook geen verhaal zou bieden (zie rov. 2.25 eindarrest). Het genoemde oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is, gezien onder meer de vastgestelde omstandigheden van het geval (Etric stond er zeer slecht voor en was voor inkomsten volledig afhankelijk van Riro) en het gevoerde partijdebat, ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd (zie onder meer rov. 2.22 en 2.23 eindarrest). De tegen dat oordeel gerichte klachten van onderdelen 1.5(b) en 1.5(c) zijn dan ook tevergeefs.”

r.o. 3.14

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2015:596
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
8 mei 2015
Datum publicatie
10 juli 2015
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 2:9 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 19 van 2015

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.