← Week 2

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 9 januari 2015

Aansprakelijkheid toetredende beherend vennoot cv voor schulden van vóór toetreding

  • Personenvennootschappen
  • Personenvennootschappen

Samenvatting

Een pensioenfonds vordert premies van een beherend vennoot van een commanditaire vennootschap, deels over een periode vóór zijn toetreding. De advocaat-generaal concludeert dat een toetredende beherend vennoot op grond van artikel 19 lid 2 juncto artikel 18 WvK hoofdelijk aansprakelijk is voor alle schulden van de vennootschap, ook die van vóór zijn toetreding. Het cassatiemiddel faalt daarom bij gebrek aan belang, al is de premieschuld deels voor zijn toetreding ontstaan.

Kernoverwegingen

“Gelet op de tekst en parlementaire geschiedenis van art. 18 WvK is het mijns inziens altijd de bedoeling van de wetgever geweest om alle vennoten voor alle schulden van de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk te doen zijn. De regeling in art. 18 WvK is ongeclausuleerd, waaruit naar mijn mening kan worden afgeleid dat vennoten die toetreden mede aansprakelijk zijn voor schulden die vóór de toetreding zijn ontstaan.”

r.o. 2.23

“Ook gelet op de wetssystematiek ligt het aannemen van persoonlijke aansprakelijkheid van de toetredende vennoot voor schulden die vóór zijn toetreden zijn ontstaan, naar mijn mening voor de hand. Met het gegeven dat schuldeisers hun schulden kunnen verhalen op het gehele vennootschapsvermogen, waaronder ook het vennootschapsvermogen voor zover ingebracht door toetredende vennoten, valt immers moeilijk te rijmen dat schuldeisers zich wel op het privévermogen van bestaande vennoten, maar niet op het privévermogen van toetredende vennoten kunnen verhalen.”

r.o. 2.27

“Het arrest van de Hoge Raad van 15 maart 2013 waarop de rechtbank Overijssel haar (hiervóór onder 2.16 genoemde) vonnis baseerde en naar welk arrest partijen ook hebben verwezen, betrof de aansprakelijkheid van de maten in een maatschap en kan naar mijn mening niet naar analogie worden toegepast op de VOF of CV. De regeling van de aansprakelijkheid van de maten in een maatschap verschilt immers van die van de aansprakelijkheid van de vennoten van een VOF en de beherende vennoten van een CV. Krachtens de art. 7A:1679-1681 BW is in beginsel alleen de maat die de overeenkomst heeft gesloten gebonden en persoonlijk voor de uit die overeenkomst ontstane schulden aansprakelijk. Bij de VOF en de CV geldt daarentegen dat alle vennoten van een VOF en alle beherende vennoten van een CV krachtens art. 18 en art. 19 lid 2 WvK persoonlijk voor de schulden van de vennootschap aansprakelijk zijn. Het arrest van 15 maart 2013 zag bovendien op een zeer specifieke situatie, waarin namens de gehele maatschap een overeenkomst van opdracht was aangegaan. In het arrest stonden de uitleg van art. 7:407 lid 2 BW over de aansprakelijkheid in geval van een tekortkoming in de nakoming van een gezamenlijk gegeven opdracht en de verhouding van die bepaling tot de aansprakelijkheidsregeling van de art. 7A:1679-1681 BW centraal.”

r.o. 2.30

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2015:6
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
9 januari 2015
Datum publicatie
13 maart 2015
Spoor
Personenvennootschappen
Wetsartikelen
7:407 BW
Thema
Personenvennootschappen
Weekoverzicht
Week 2 van 2015

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.