← Week 50

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 16 december 2016

Verzet schuldeisers tegen beëindiging overblijvende aansprakelijkheid na intrekking 403-verklaring: toetsingsmaatstaf

  • Overig Boek 2
  • Jaarrekening
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een moedermaatschappij die haar 403-verklaring intrekt, wil de overblijvende aansprakelijkheid voor oude schulden van de afgesplitste dochter beëindigen, maar schuldeisers stellen verzet in op grond van artikel 2:404 BW. De A-G bepleit een lichte toets van de vordering: het verweer kan pas slagen als de vordering hoogst waarschijnlijk ondeugdelijk of te hoog is. De rechter moet wel summier ingaan op de essentiële stellingen van de verweerders. Omdat de OK dat niet deed, concludeert de A-G tot vernietiging en verwijzing.

Kernoverwegingen

“Ik meen dat tot uitgangspunt moet worden genomen dat het vertrouwen dat contractspartijen van de dochtermaatschappij hebben ontleend aan de 403-verklaring bescherming verdient. In een verzetprocedure als bedoeld in art. 2:404 BW zouden daarom naar mijn mening aan de door de schuldeiser gepretendeerde vordering geen hoge eisen moeten worden gesteld. Dit geldt zowel voor het bestaan als voor de omvang van de vordering.”

r.o. 4.24

“Ik zou, gelet op het voorgaande, willen aannemen dat de rechter het eventueel door de ex-moedermaatschappij en/of de ex-dochtermaatschappij gevoerde verweer tegen de vordering pas kan honoreren wanneer hij het hoogst waarschijnlijk acht dat de gepretendeerde vordering inderdaad ondeugdelijk of te hoog is.”

r.o. 4.26

“Ik vermeld, aan het slot van deze inleiding, nog eens mijn conclusies. Indien in een verzetprocedure als bedoeld in art. 2:404 BW het bestaan en/of de hoogte van de gepretendeerde vordering door de ex-moedermaatschappij en/of de ex-dochtermaatschappij worden betwist, zal de rechter dit verweer pas kunnen honoreren wanneer hij het hoogst waarschijnlijk acht dat de gepretendeerde vordering ondeugdelijk of te hoog is. De verzetrechter dient in zijn beoordeling de standpunten van beide partijen te betrekken en hiervan in zijn (summiere) motivering blijk te geven.

Bespreking van de onderdelen 2 en 4”

r.o. 4.33

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2016:1326
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
16 december 2016
Datum publicatie
31 maart 2017
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:403 BW, 2:404 BW, 2:100 BW, 2:209 BW
Thema
Overig Boek 2, Jaarrekening
Weekoverzicht
Week 50 van 2016

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.