Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 24 juni 2016
Enquêtebevoegdheid van onteigende SNS-aandeelhouders na Interventiewet; conclusie strekt tot verwerping
- Enquêterecht
- Boek 2 BW
Samenvatting
Na de onteigening van de aandelen in een bankverzekeraar op grond van de Interventiewet vragen voormalige aandeelhouders om een enquête, hoewel zij niet meer aan de kapitaalseis van artikel 2:346 BW voldoen. De A-G concludeert dat de onteigening de enquêtebevoegdheid niet uitsluit en dat de OK terecht aansluit bij de Slotervaartziekenhuis-beschikking. Hij pleit wel voor een beperktere reikwijdte van die regel. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Kernoverwegingen
“Het gaat echter mijns inziens te ver om aan te nemen dat enquêtebevoegdheid van de voormalige SNS-aandeelhouders reeds is uitgesloten omdat in dit geval onteigening op grond van de Interventiewet heeft plaatsgevonden. De Parlementaire Geschiedenis duidt daar mijns inziens niet op, terwijl er goede argumenten bestaan voor de tegengestelde opvatting. Ik ga daar hierna op in. Wat de hiervoor genoemde bezwaren van een enquête voor SNS Reaal en de Staat betreft: anders dan SNS Reaal c.s. menen (zie par. 41-44 van het verzoekschrift tot cassatie) behoren deze niet te worden betrokken in de beoordeling van de ontvankelijkheid, maar in de afweging die aan toe- of afwijzing van een enquêteverzoek voorafgaat (zie hierover ook mijn opmerkingen in de voorbeschouwing; 3.1-3.3). Als gezegd heeft ook de ondernemingskamer dit onderkend (zie rov. 3.24).”
r.o. 4.7
“Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het aannemen van enquêtebevoegdheid van de voormalige SNS-aandeelhouders niet reeds uitgesloten moet worden geacht wegens (de strekking van) de Interventiewet. Ik acht onderdeel 1a ongegrond.
De ondernemingsrechtelijke kernoverweging van de ondernemingskamer; Slotervaart”
r.o. 4.15
“Met deze benadering, die in essentie ook is toegepast in de DA-zaak (zie hiervoor, 3.14), lijkt de ondernemingskamer voort te bouwen op de overweging ten overvloede uit de Slotervaartziekenhuis-beschikking (zie hiervoor, 3.13). Voor dat voortbouwen bestaan naar mijn mening goede redenen. In beide gevallen werd strikt genomen niet aan de kapitaalseisen van art. 2:346 BW voldaan. In het geval van het Slotervaartziekenhuis was de oorzaak de verwatering van het aandelenkapitaal als gevolg van de aandelenemissie. In de SNS-zaak was de (directe) oorzaak het onteigeningsbesluit van de Minister. Belangrijke overeenkomsten zijn dat in beide gevallen een enquête werd verzocht (mede) om het beleid en de gang van zaken te onderzoeken die (mede) ertoe hebben geleid dat niet meer werd voldaan aan de kapitaalseis, terwijl de (directe) oorzaak daarvan buiten de invloedsfeer van de betreffende aandeelhouder of certificaathouder lag.”
r.o. 4.18