← Week 37

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 16 september 2016

Artikel 2:248 BW: te late deponering jaarrekening, onbelangrijk verzuim, tegenbewijs en matiging

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Jaarrekening
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een scheepswerf is failliet verklaard en de curatoren spreken de bestuurders aan voor het boedeltekort van ruim zes miljoen euro, omdat de jaarrekening over 2003 te laat openbaar is gemaakt. De A-G concludeert tot verwerping van het cassatieberoep: een overschrijding van 51 dagen is geen onbelangrijk verzuim, het vermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW is niet ontzenuwd en er is geen aanleiding voor matiging.

Kernoverwegingen

“Dat de door [eiseres] c.s. aan de KvK toegezonden jaarrekening niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen en dat de KvK de jaarrekening om die reden aan [eiseres] c.s. heeft geretourneerd, staat in cassatie vast. Het oordeel van het hof dat [eiseres] c.s. uit deze gang van zaken redelijkerwijs hadden moeten begrijpen dat de toezending van de jaarrekening aan de KvK niet heeft geleid tot openbaarmaking daarvan is voorts als zodanig niet bestreden. Dat betekent dat als uitgangspunt moet worden genomen dat [eiseres] c.s. daags na 16 november 2004 redelijkerwijs hadden moeten begrijpen dat de jaarrekening over 2003 niet openbaar was gemaakt. Het kan in alle redelijkheid niet worden volgehouden dat het bestuur van een rechtspersoon dat heeft moeten begrijpen dat de door hen verrichtte handeling – hoewel technisch aan te merken als ‘deponering’ in de zin van art. 2:394 BW – niet tot openbaarmaking van de jaarrekening in de zin van art. 2:394 BW heeft geleid, wél zou hebben voldaan aan de publicatieverplichting uit datzelfde artikel. In dat verband is nog van belang dat aan de rechtvaardiging om uit te gaan van ‘nederlegging’ en niet van daadwerkelijke openbaarmaking zoals uitgewerkt onder 3.7, in de gegeven omstandigheden weinig betekenis toekomt. [eiseres] c.s. hadden immers moeten begrijpen dat zij nog nadere handelingen moesten verrichten voordat van openbaarmaking sprake kon zijn. ’s Hofs oordeel is daarmee alleszins begrijpelijk en voldoende gemotiveerd.”

r.o. 3.10

“In de jurisprudentie is nadere invulling gegeven aan het begrip ‘onbelangrijk verzuim’. Daarbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen een onbelangrijke termijn-overschrijding als zodanig en een langere termijnoverschrijding die op grond van door de bestuurder aangevoerde omstandigheden als onbelangrijk wordt aangemerkt. Een onbelangrijke termijnoverschrijding als zodanig is een termijnoverschrijding met ‘slechts enkele dagen’. Dan is om die reden dus al sprake van een onbelangrijk verzuim. Bij een overschrijding van de termijn met meer dan enkele dagen heeft bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een onbelangrijk verzuim op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad het volgende als uitgangspunt te gelden: “Van een onbelangrijk verzuim als bedoeld in de slotzin van art. 2:248 lid 2 BW is sprake indien het niet voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in dat artikellid in de omstandigheden van het geval niet erop wijst dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. Dit is met name het geval indien voor het verzuim een aanvaardbare verklaring bestaat. Indien het, zoals in dit geval, gaat om een overschrijding van de termijn van art. 2:394 lid 3 BW voor openbaarmaking van de jaarrekening, geldt dat het antwoord op de vraag of een overschrijding als een onbelangrijk verzuim kan gelden, afhangt van de omstandigheden van het geval, in het bijzonder van de redenen die tot de termijnoverschrijding hebben geleid, waarbij opmerking verdient dat hogere eisen […]”

r.o. 3.20

“Er is sprake van een termijnoverschrijding van 51 dagen. Dat is geen termijnoverschrijding met slechts enkele dagen. Er is dus geen sprake van een onbelangrijke termijnoverschrijding (vgl. hiervoor onder 3.20). Dat betekent dat het er in het onderhavige geval om gaat of de door [eiseres] c.s. aangevoerde omstandigheden – voor zover die door de curatoren niet zijn weersproken – een aanvaardbare verklaring opleveren voor de te late publicatie (cfm. NJ 2014/7). In dat geval zou sprake zijn van een onbelangrijk verzuim.”

r.o. 3.26

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2016:927
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
16 september 2016
Datum publicatie
11 november 2016
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:248 BW, 2:394 BW, 2:10 BW, 2:58 BW, 2:138 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid, Jaarrekening
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 37 van 2016

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.