← Week 36

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 9 september 2016

Afschrift openbaar enquêteverslag aan derde: uitleg 'ter inzage leggen' artikel 2:353 BW

  • Enquêterecht
  • Boek 2 BW

Samenvatting

In een zaak over een enquêteverslag dat de OK voor een ieder ter inzage had gelegd, stelde een bestuurder en enig aandeelhouder dat de Staat onrechtmatig handelde door een derde een kopie te sturen. De A-G concludeert tot verwerping van het cassatieberoep: 'ter inzage leggen' in artikel 2:353 lid 2 BW moet in de huidige tijdsgeest worden gelezen en verzet zich niet tegen verstrekking van een afschrift van een openbaar verslag.

Kernoverwegingen

“Op grond van artikel 2:350 BW kan de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam een onderzoek naar het beleid van of gang van zaken bij een rechtspersoon bevelen, wanneer blijkt van gegronde redenen om aan een juist beleid of juiste gang van zaken te twijfelen. Op grond van artikel 2:350 lid 4 BW benoemt de Ondernemingskamer daartoe een onderzoeker. De onderzoeker legt zijn bevindingen vast in een verslag dat ter griffie van het gerechtshof Amsterdam wordt neergelegd. In artikel 2:353 lid 2 BW wordt bepaald dat de advocaat-generaal het ressortsparket, de rechtspersoon, alsmede de verzoekers en hun advocaten een exemplaar van het verslag ontvangen. De inhoud van het verslag blijft in beginsel geheim: artikel 2:353 lid 3 BW bepaalt dat het anderen dan de rechtspersoon verboden is om mededelingen aan derden te doen uit het verslag. Op deze hoofdregel kan echter een uitzondering worden gemaakt. De Ondernemingskamer kan na kennisneming van het verslag bepalen dat het verslag ook voor anderen dan de hiervoor genoemden ter inzage ligt: daarbij kan de Ondernemingsraad bepalen dat het verslag slechts voor door haar aan te wijzen andere personen ter inzage ligt, maar zij kan ook bepalen dat het voor een ieder ter inzage ligt. In dat laatste geval geldt het verbod van artikel 2:353 lid 3 BW om mededelingen uit het verslag te doen niet. Het verslag is dan openbaar.”

r.o. 3.2

“In deze zaak heeft de Ondernemingskamer bij beschikking van 10 oktober 2011 dat het verslag geoordeeld ‘voor een ieder’ ter inzage wordt gelegd. In het cassatiemiddel wordt de vraag aan de orde gesteld of ‘ter inzage leggen’ beperkt moet worden uitgelegd in die zin dat het letterlijk ter inzage ligt waardoor belangstellende een bezoek moet brengen aan de griffie van het gerechtshof om het verslag aldaar in te zien. Het feit dat de wet spreekt over ‘ter inzage leggen’ en niet over ‘het verstrekken van een afschrift’ brengt volgens het middel met zich dat het gerechtshof geen kopie van het verslag aan een belangstellende mag verstrekken. De beperkte lezing zoals in het middel wordt bepleit zou m.i. impliceren dat het verslag ook niet op de website geplaatst mag worden. Het plaatsen op de website maakt het toesturen van het verslag immers overbodig omdat dit eenvoudigweg uitgeprint kan worden.”

r.o. 3.6

“Bij de beantwoording van bovenstaande vraag acht ik het volgende van belang. Uitgangspunt is dat slechts een beperkte kring van gerechtigden van het onderzoeksverslag kennis kan nemen. Een uitzondering daarop vormt de situatie waarin de Ondernemingskamer oordeelt dat het van belang is dat het voor een ieder ter inzage ligt. Die uitzondering is opgenomen om te bewerkstelligen dat iedereen die belangstelling voor het rapport heeft de mogelijkheid heeft om dit te lezen. Niet voor niets wordt in de wetgeschiedenis bij artikel 53d WvK gesproken over ‘kennisnemen’. Bedoeld is dat het rapport openbaar wordt. Dit blijkt ook uit lid 3 van artikel 2:353 BW waarin is bepaald dat belanghebbenden geheimhouding moeten betrachten indien het verslag niet voor een ieder ter inzage ligt. Met andere woorden: indien het voor een ieder ter inzage ligt is het niet geheim en is het toegestaan om mededelingen uit het verslag doen. Bij de uitleg van de woorden ‘ter inzage leggen’ moet verder worden meegewogen dat deze afkomstig zijn uit het oude artikel 53d WvK. Het enquêterecht is weliswaar een aantal malen herzien maar deze bepaling is ongewijzigd gebleven. Het lijkt mij echter reëel om de bewoordingen ‘ter inzage leggen’ te lezen in de huidige tijdsgeest, zodat ook het vermelden op de website daaronder kan worden verstaan. Aansluiting kan verder worden gezocht bij de openbaarmaking van de jaarrekening in het handelsregister. De Handelsregisterwet is in 2007 aangepast aan het digitale tijdperk. In […]”

r.o. 3.7

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2016:939
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
9 september 2016
Datum publicatie
2 december 2016
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:353 BW, 2:350 BW, 2:345 BW, 2:355 BW
Thema
Enquêterecht
Weekoverzicht
Week 36 van 2016

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.