← Week 2

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 13 januari 2017

Interne bestuurdersaansprakelijkheid: voorzienbaarheid schade geen constitutief vereiste bij artikel 2:9 BW

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een vennootschap sprak haar voormalige bestuurder aan omdat hij in een pandakte ten onrechte verklaarde dat het pandrecht van de bank eerste in rang was. Rechtbank en hof wezen de vordering toe op grond van artikel 2:9 BW. De A-G concludeert dat voorzienbaarheid van schade bij interne bestuurdersaansprakelijkheid geen algemeen constitutief vereiste is en dat de strengere maatstaf voor externe aansprakelijkheid ex artikel 6:162 BW hier niet geldt. Hij concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.

Kernoverwegingen

“Tegen de achtergrond van de onderhavige zaak rijst de vraag of voorzienbaarheid van schade vereist is voor het aannemen van aansprakelijkheid ex art. 2:9 BW. In de hiervoor weergegeven opsomming van relevante omstandigheden uit het arrest Staleman/Van de Ven komt voorzienbaarheid van schade als zodanig niet terug. Uw Raad heeft dus niet als algemeen geldend uitgangspunt aanvaard dat dat van een ernstig verwijt in de zin van art. 2:9 BW pas sprake is wanneer de schade van de vennootschap voorzienbaar was. Ook heeft Uw Raad in het arrest Schwandt/Berghuizer Papierfabriek, weliswaar in een ander type geval dan het hier aan de orde zijnde, geoordeeld dat handelen in strijd met statutaire bepalingen die de rechtspersoon beogen te beschermen een ernstig verwijt en daarmee aansprakelijkheid oplevert, zonder daarbij de eis te stellen dat de vennootschap voorzienbaar schade zou lijden. Dat voorzienbare benadeling van de vennootschap niet in algemene zin een noodzakelijke voorwaarde is voor aansprakelijkheid van de bestuurder op grond van art. 2:9 BW is ook in de literatuur gesignaleerd. Overigens is hiermee niet gezegd dat (het ontbreken van) voorzienbaarheid van schade geen rol kan spelen in de beoordeling van de aansprakelijkheid van de bestuurder ex art. 2:9 BW.”

r.o. 4.6

“Deze klachten treffen geen doel. Voor het aannemen van een ernstig verwijt als bedoeld in art. 2:9 BW geldt niet in algemene zin als constitutief vereiste dat voorzienbaar was dat de vennootschap als gevolg van het ernstig verwijtbaar handelen schade zou lijden. Uw Raad oordeelde in het arrest Staleman/Van de Ven (hiervoor besproken in 4.5-4.6) dat aan de hand van alle omstandigheden van het geval dient te worden beoordeeld of sprake is voor een ernstig verwijt als hier bedoeld. Tot de in aanmerking te nemen omstandigheden behoren volgens Uw Raad onder meer de aard van de door de rechtspersoon uitgeoefende activiteiten, de in het algemeen daaruit voortvloeiende risico's, de taakverdeling binnen het bestuur, de eventueel voor het bestuur geldende richtlijnen, de gegevens waarover de bestuurder beschikte of behoorde te beschikken ten tijde van de aan hem verweten beslissingen of gedragingen, alsmede het inzicht en de zorgvuldigheid die mogen worden verwacht van een bestuurder die voor zijn taak berekend is en deze nauwgezet vervult. Uw Raad heeft dus niet als algemeen uitgangspunt aanvaard dat van een ernstig verwijt in de zin van art. 2:9 BW pas sprake is wanneer de schade van de vennootschap voorzienbaar was.”

r.o. 5.3

“De interne aansprakelijkheid ex art. 2:9 BW van de bestuurder jegens de door hem bestuurde vennootschap kan, anders dan [eiser] in de kern betoogt, niet op één lijn worden gesteld met persoonlijke aansprakelijkheid ex art. 6:162 BW van een bestuurder jegens een derde voor handelingen van de vennootschap. Art. 2:9 BW houdt namelijk een norm in voor het handelen van de bestuurder bij de vervulling van de aan hem opgedragen taak en berust dus direct op een rechtsbetrekking tussen vennootschap en bestuurder. Bij de genoemde aansprakelijkheid ex art. 6:162 BW gaat het primair om een rechtsbetrekking tussen de vennootschap en een derde waarbij (slechts) een persoonlijk en ernstig verwijt ertoe kan leiden dat een bestuurder naast de vennootschap aansprakelijk is.”

r.o. 5.6

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2017:15
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
13 januari 2017
Datum publicatie
24 maart 2017
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
2:9 BW, 6:162 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 2 van 2017

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.