Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 3 maart 2017
Faillissementspauliana: aandelen keren zonder teruglevering terug in boedel; stemrecht curator
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een curator vernietigt op grond van de faillissementspauliana de overdracht van aandelen in een B.V. en gebruikt vervolgens het stemrecht om de koper als bestuurder te schorsen. De koper stelt dat teruglevering bij notariële akte (artikel 2:196 BW) vereist was. De A-G concludeert tot verwerping: de vernietiging werkt terug, de aandelen zijn door het causale stelsel nooit overgedragen en een leveringsakte was niet nodig. Artikel 2:196a BW is daardoor niet van toepassing.
Kernoverwegingen
“Voor zover het middel aldus moet worden gelezen dat het uitgaat van de opvatting dat voor de uitoefening van het stemrecht door de curator vereist was dat deze zelf aandeelhouder van [B] was (zie de toelichting op het middel onder 1-3), ziet het middel er ten onrechte aan voorbij dat het hof in de opvolgende rechtsoverweging 3.19.2 heeft overwogen dat, kort gezegd, de uitoefening van het stemrecht door de curator behoort tot het beheer van het vermogen van Crescendo als failliete vennootschap ingevolge art. 68 Fw. Tegen rechtsoverweging 3.19.2 richt het middel geen klacht.”
r.o. 2.2
“Voor het overige berust het middel op de opvatting dat de vernietiging door de curator uit hoofde van de faillissementspauliana van art. 42 Fw niet ertoe heeft geleid dat de aandelen in de faillissementsboedel zijn terechtgekomen, omdat daarvoor ‘teruglevering’ van de aandelen diende plaats te vinden, met inachtneming van het leveringsvereiste van een notariële akte (art. 2:196 lid 1 BW). Die opvatting is onjuist. Een vernietiging, ook die uit hoofde van de faillissementspauliana, werkt terug tot het tijdstip waarop de rechtshandeling is verricht (art. 3:53 lid 1 BW). In verband met het causale stelsel van art. 3:84 lid 1 BW leidt dat ertoe dat achteraf bezien op 22 februari 2013 de aandelen niet aan [eiseres] zijn overgedragen. Weliswaar heeft op die datum levering plaatsgevonden, maar de voor overdracht vereiste geldige titel ontbrak. Anders dan het middel aanvoert, was ‘teruglevering’ van de aandelen bij notariële akte dus niet nodig om te bewerkstelligen dat de aandelen in de faillissementsboedel terechtkwamen. Achteraf bezien bevonden ze zich vanaf de datum van het faillissement in de boedel, zoals daarvoor in het vermogen van Crescendo.”
r.o. 2.3
“De in de cassatiedagvaarding vermelde rechtspraak en literatuur bieden geen steun aan de opvatting van het middel. Er bestaat, anders dan het middel aanvoert, ook geen reden waarom de faillissementspauliana niet mede zou kunnen worden benut om daarmee stemrecht te verwerven. De aandelenoverdracht van 22 februari 2013 had, de vernietiging weggedacht, mede tot gevolg dat de curator niet uit hoofde van zijn beheersbevoegdheid het stemrecht van Crescendo kon uitoefenen. Niet valt in te zien waarom niet ook dat nadeel voor de boedel met toepassing van de faillissementspauliana kon worden afgewend.”
r.o. 2.4