Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 17 maart 2017
Conclusie: geen bestuurdersaansprakelijkheid voor uitholling en selectieve betaling bij holding
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een schuldeiser die een holdingvennootschap bij verstek had laten veroordelen maar geen verhaal vond, sprak de (indirect) bestuurders persoonlijk aan wegens uitholling en selectieve betaling. Het hof wees af, omdat niet bleek dat andere crediteuren werden betaald in de wetenschap dat de schuldeiser onbetaald zou blijven. De A-G concludeert dat de cassatieklachten falen en dat dit oordeel gelet op de terughoudende rechtspraak over persoonlijke bestuurdersaansprakelijkheid kan standhouden.
Kernoverwegingen
“Uitgaande van de juistheid van de toelichting van [verweerders] over de gang van zaken kan het oordeel van het hof naar mijn idee, mede tegen de achtergrond van het feit dat in de rechtspraak van Uw Raad niet snel van persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders sprake is, door de beugel. De in cassatie geformuleerde klachten falen wat mij betreft. Ik licht dat hierna bij de bespreking van de individuele klachten nader toe.”
r.o. 3.6
“[eiser] heeft zich daarbij beroepen op het arrest van Uw Raad inzake Coral/Stalt. Daarin oordeelde Uw Raad dat een vennootschap die haar activiteiten beëindigt en niet in staat is al haar schuldeisers te voldoen, in beginsel (behoudens rechtvaardigingsgronden) onrechtmatig handelt door de tot de eigen groep van vennootschappen behorende schuldeisers met voorrang te voldoen. Ook buiten deze specifieke situatie kan, volgens dat arrest, sprake zijn van een onrechtmatige daad als een schuldenaar die niet al zijn schuldeisers kan voldoen deze schuldeisers ongelijk behandelt. Dergelijke onrechtmatige selectieve (wan)betaling kan ook tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurders van de vennootschap leiden, mits hen daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Zo achtte het hof Leeuwarden de bestuurders van een rechtspersoon persoonlijk aansprakelijk, omdat zij welbewust hadden bewerkstelligd dat één van de schuldeisers van de rechtspersoon onbetaald was gebleven, waar alle andere waren voldaan.”
r.o. 3.19
“Ongelijke behandeling van schuldeisers door een vennootschap kan dus onrechtmatig zijn jegens de benadeelde schuldeiser en deze kan, onder omstandigheden, de bestuurders van de vennootschap daarvoor persoonlijk aanspreken. Het hof heeft in de onderhavige zaak beoordeeld of sprake is van selectieve betaling. Het hof heeft daarbij als uitgangspunt genomen dat van onrechtmatig handelen sprake zou kunnen zijn als in de loop van 2008 betalingen aan vrijwel alle andere crediteuren zijn gedaan, terwijl duidelijk was dat voldoening van de eerst op of omstreeks 1 november 2008 ontstane vordering van [eiser] (daardoor) niet mogelijk zou zijn. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat van dergelijke onrechtmatige selectieve betaling niet is gebleken, omdat er, bij gebreke van voldoende bestrijding door [eiser] , vanuit moet worden gegaan dat [eiser] betaald had kunnen en zullen worden als Fortucon de koopsom voor de activa van QP aan QPH zou hebben voldaan (rov. 4.14.). Van selectieve aanwending van middelen is niet gebleken, zo heeft het hof geoordeeld.”
r.o. 3.20