Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 8 juni 2018
Rekenkamer Curaçao: onderzoeksbevoegdheid bij overheidsvennootschap (NV) met Land als meerderheidsaandeelhouder
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
Een conclusie in een staatsrechtelijke zaak over de vraag of de Algemene Rekenkamer van Curaçao bevoegd is onderzoek te doen naar het bedrijfsbeleid van een naamloze vennootschap waarvan het Land meerderheidsaandeelhouder is. Boek 2 speelt slechts een bijrol, onder meer bij het dividendrecht van de aandeelhouder, de administratieplicht en de gelijkheid van aandeelhouders. De A-G concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.
Kernoverwegingen
“In zijn advies van 21 april 2011 heeft de Raad van State voorlichting gegeven over de bevoegdheid van de Algemene Rekenkamer onderzoek te doen bij staatsdeelnemingen. Daarin onderstreept de Raad dat aan de reikwijdte van de onderzoeksbevoegdheden, zoals neergelegd in art. 91 Cw 2001, “het budgettair uitgangspunt ten grondslag [ligt], waarbij de taak van de AR complementair is aan de ministeriële verantwoordelijkheid.” In het advies wordt vervolgens opgemerkt: (mijn onderstreping) :
“Uit de parlementaire behandeling blijkt tevens dat het systeem van de comptabiliteitswetgeving is gebaseerd op scheiding van uitgaven van publieke en private aard. Wat de private sector betreft, is het geboden dat de eigen sfeer, dat wil zeggen de zelfstandigheid en het private karakter van instellingen die in de private sector werkzaam zijn, wordt gerespecteerd. Tegenover de private sector staat de publieke sector, waar met collectieve gelden wordt gewerkt en waar de parlementair-democratische controle op de besteding van deze gelden altijd mogelijk moet zijn. Dit onderscheid is terug te leiden tot de aanvankelijke strakke scheiding tussen de sector Rijk en de maatschappelijke sector, anders gezegd, tussen de publieke en private sector. De sinds de jaren zeventig en tachtig toenemende verwevenheid tussen beide sectoren heeft de wetgever doen besluiten onder de voorwaarden van artikel 91 Cw bepaalde categorieën, die strikt genomen niet tot de sector Rijk behoren, toch tot die sector te rekenen, […]”
r.o. 4.14
“Tot slot wijs ik erop dat het recht van Curaçao privaatrechtelijke instrumenten kent om onderzoek te doen naar het beleid bij een overheidsvennootschap. Zo kent Curaçao een enquêteregeling, die is geënt op Nederlandse enquêteregeling.”
r.o. 4.20