← Week 7

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 15 februari 2019

Conclusie A-G: bestuurders- en concernaansprakelijkheid bij onderhuurconstructie en faillissement huurder

  • Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Verhuurders van een winkelpand spreken de aandeelhouder en de indirect bestuurders van de failliete huurder aan uit onrechtmatige daad (bestuurders- en concernaansprakelijkheid) wegens een onderhuurconstructie en de onverplichte beëindiging daarvan. Het hof wees de vorderingen af. De A-G concludeert dat de klachten over de Osby- en Comsys-maatstaven falen, maar dat het hof essentiële stellingen over het bewerkstelligen van de beëindiging van de onderhuur ten onrechte onbesproken heeft gelaten. Hij concludeert daarom tot vernietiging en verwijzing.

Kernoverwegingen

“Uit het arrest Ontvanger/ […] volgt dat een bestuurder slechts aansprakelijk kan worden gehouden vanwege het door de vennootschap onbetaald laten van een vordering indien deze bestuurder (i) namens de vennootschap heeft gehandeld dan wel (ii) heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. In beide gevallen mag in het algemeen alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld wanneer hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in art. 2:9 BW, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt.”

r.o. 3.3

“In het geval de bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt (hiervoor randnummer 3.3 onder (ii)), kan de bestuurder voor schade van de schuldeiser aansprakelijk worden gehouden indien zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Van een dergelijk ernstig verwijt zal in ieder geval sprake zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Er kunnen zich echter, zo heeft Uw Raad met zoveel woorden in het arrest Ontvanger/ […] aangegeven, ook andere omstandigheden voordoen op grond waarvan een ernstig persoonlijk verwijt kan worden aangenomen.”

r.o. 3.5

“Onder omstandigheden kan ook een moedervennootschap worden aangesproken voor het door haar dochtervennootschap niet nakomen van haar verplichtingen jegens derden. Dit is voor het eerst aangenomen in het Osby-arrest. Aansprakelijkheid van de moedervennootschap vindt haar grond in het gegeven dat een moedervennootschap veelal alle aandelen in de dochtervennootschap houdt en vaak de enige (indirecte) bestuurder is, zodat zij sterke invloed heeft op de besluitvorming binnen de dochtervennootschap. Dit enkele gegeven is echter, in het licht van het uitgangspunt dat een aandeelhouder niet aansprakelijk is voor de schulden van de vennootschap – niet voldoende om daarop aansprakelijkheid te baseren. Daarvoor zijn aanvullende omstandigheden vereist. Deze afhankelijkheid van de omstandigheden van het geval brengt met zich dat geen algemene afbakening kan worden gegeven van de gevallen waarin een moedervennootschap aansprakelijk is voor het door haar dochtervennootschap niet nakomen van haar verplichtingen jegens derden. Uit de rechtspraak kunnen wel omstandigheden en gezichtspunten worden gedestilleerd die een rol spelen bij de beoordeling, zoals de mate van inzicht en zeggenschap in en de betrokkenheid van de moedervennootschap bij het beleid in de dochtervennootschap, het inzicht in de financiële situatie bij de dochtervennootschap, de mate waarin voor de moedervennootschap objectief voorzienbaar is dat crediteuren van de dochter benadeeld zullen worden en de mate waarin de […]”

r.o. 3.6

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2019:138
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
15 februari 2019
Datum publicatie
19 maart 2019
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 2:9 BW, 2:81 BW, 2:192 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
beide
Uitkomst aansprakelijkheid
aangehouden/tussenuitspraak
Weekoverzicht
Week 7 van 2019

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.