← Week 24

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 14 juni 2019

Verdeling ontbonden vof: waardering strandpaviljoen, toetreding vennoot en slotbalans

  • Personenvennootschappen
  • Boek 2 BW
  • Personenvennootschappen

Samenvatting

Na ontbinding van een vennootschap onder firma die een strandpaviljoen exploiteerde, is de onderneming aan één vennoot toegedeeld en gewaardeerd op basis van een taxatierapport met een balansgeoriënteerde methode. De A-G in cassatie acht de keuze van de waarderingsmethode een feitelijke keuze die slechts op begrijpelijkheid toetsbaar is. Ook de datum van de slotbalans, de toetreding van de derde vennoot en het ontbreken van extra compensatie houden stand. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

Kernoverwegingen

“Indien partijen geen overeenstemming bereiken over de waarderingsmaatstaf, zal de rechter de uitgangspunten bij waardering moeten bepalen. Beslissingen tot waardebepaling zijn steeds toegesneden op (bijzondere) omstandigheden van het geval. De maatstaf waarnaar in een gegeven geval de waardebepaling plaatsvindt, berust in beginsel op een keuze en waardering van de feitenrechter en kan derhalve in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Wel kunnen keuze en toepassing van de gekozen maatstaf in cassatie met motiveringsklachten worden bestreden.

De waarderingsmethode in de door partijen in het geding gebrachte rapporten”

r.o. 2.15

“M.i. kan uit de hiervoor geciteerde rechtsoverwegingen worden afgeleid dat het laatste het geval was en dat de neef is toegetreden tot de bestaande vof, zij het dat partijen het over de voorwaarden waaronder zij gedrieën wilden samenwerken, uiteindelijk niet eens zijn geworden. In de eerste plaats volgt uit rov. 4.8 dat vanaf 2009/2010 is gesproken over toetreding van de neef tot de vennootschap onder firma. Dat toetreding tot de bestaande vof mogelijk is, volgt uit de man-vrouw vennootschapsovereenkomst. De op 1 januari 2010 door de man en vrouw ondertekende ‘akte van vennootschap onder firma’ in artikel 20 voorziet namelijk in de volgende bepaling over toetreding:

“Toetreding van nieuwe vennoten zal alleen zijn toegestaan met schriftelijke toestemming van alle vennoten.”

Een nieuwe vennoot kan dus met schriftelijke toestemming van alle vennoten toetreden tot [A] vof, zonder dat de vennootschap van rechtswege zou worden ontbonden (zie hiervoor onder 2.5).”

r.o. 2.27

“Met betrekking tot de eerste grond (aard en omvang van de onderneming) put het hof uit beide door partijen overgelegde rapporten: de onderneming wordt geëxploiteerd in de periode van maart tot oktober van ieder jaar en de omzet van de onderneming is afhankelijk van het weer. Met andere woorden, de omzet moet in een beperkte tijd worden behaald maar dan moet het weer wel meewerken. In het noemen van deze argumenten ligt besloten dat het hof de (op prognoses gebaseerde) waardering van de onderneming op basis van kasstromen gezien de aard en omvang van de onderneming geen geschikte waarderingsmethode acht. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk.”

r.o. 2.40

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2019:636
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
14 juni 2019
Datum publicatie
16 juli 2019
Spoor
Boek 2 BW, Personenvennootschappen
Wetsartikelen
3:185 BW, 3:189 BW
Thema
Personenvennootschappen
Weekoverzicht
Week 24 van 2019

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.