Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 5 maart 2021
Faillietverklaring ontbonden BV: redelijk belang bij enige bate in vordering op aanvrager
- Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een voormalig bestuurder vraagt het faillissement aan van een ontbonden BV in liquidatie; de enige bate is een vordering van de vennootschap op hemzelf. De A-G concludeert dat de rechter ambtshalve mag toetsen of de aanvrager een redelijk belang heeft, en dat het hof de aanvraag terecht afwees. Het kader betreft de voortzetting van een ontbonden rechtspersoon bij (mogelijke) baten.
Kernoverwegingen
“Ook een ontbonden rechtspersoon die (volgens de opgave in het handelsregister) is opgehouden te bestaan kan failliet worden verklaard. In Adjuncten Properties/Söderqvist q.q. heeft uw Raad geoordeeld dat een ontbonden rechtspersoon, die naar het oordeel van het bestuur of de vereffenaar geen baten meer heeft en derhalve is opgehouden te bestaan, op verzoek van een schuldeiser door de rechter failliet kan worden verklaard, zonder dat eerst heropening van de vereffening op de voet van art. 2:23c BW hoeft plaats te vinden. Daartoe is, naast het vervuld zijn van de vereisten voor faillietverklaring, nodig dat summierlijk blijkt van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat er nog baten zijn. In dat geval moet de rechtspersoon geacht worden ter afwikkeling van het faillissement te zijn blijven bestaan.”
r.o. 2.6
“Met de in het juridisch kader (nr. 2.14) genoemde auteurs ben ik van mening dat het een zaak van openbare orde is dat faillissementen niet lichtvaardig en zonder noodzaak worden uitgesproken. De rechter dient een faillissementsaanvraag dan ook ambtshalve af te wijzen als hem tijdens de behandeling van het verzoek blijkt dat de aanvrager geen redelijk belang heeft bij de faillietverklaring.”
r.o. 3.5
“Het hof heeft in rov. 10.1 (in cassatie onbestreden) vooropgesteld dat een ontbonden vennootschap failliet kan worden verklaard als: (a) summierlijk blijkt van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat er nog (mogelijke) baten zijn, en (b) aan de overige vereisten voor faillietverklaring is voldaan.”
r.o. 3.9