← Week 36

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 10 september 2021

Beklamel-norm: geobjectiveerde wetenschap en wetenschap van crediteur bij bestuurdersaansprakelijkheid

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een leverancier sprak de bestuurder van een failliete hotelexploitant persoonlijk aan op grond van de Beklamel-norm, omdat hij bleef bestellen terwijl de vergunning afliep en de vennootschap liquiditeitsproblemen had. De A-G concludeert dat geobjectiveerde wetenschap van een voorzienbaar scenario volstaat en dat onafwendbaarheid van de schade niet vereist is. Wetenschap van de crediteur is relevant, maar woog hier niet op tegen de geruststellende mededelingen van de bestuurder. De A-G concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.

Kernoverwegingen

“Beslissend is de geobjectiveerde wetenschap van de bestuurder. Deze objectivering brengt met zich mee dat schade die crediteuren lijden als gevolg van het handelen van de bestuurder, voorzienbaar was (of had moeten zijn). Meer concreet brengt de Beklamel-norm met zich mee dat een bestuurder bij het namens de vennootschap aangaan van verplichtingen, dient na te gaan of de vennootschap redelijkerwijs geacht kan worden de verplichtingen te kunnen nakomen. Deze afweging vergt dat de bestuurder een redelijke inschatting van enerzijds toekomstige inkomsten en anderzijds (toekomstige) verplichtingen van de vennootschap maakt. Dit zal in de regel inhouden dat de bestuurder de uitstaande en de te verwachten verplichtingen van de vennootschap afzet tegen de bezittingen en te verwachten inkomsten van de vennootschap.”

r.o. 4.8

“Dat het hof een te lage drempel voor toepassing van de Beklamel-norm zou hebben gehanteerd volgt mijns inziens niet uit het gebruik van de woorden ‘als’ en ‘dan’ in rov 5.9 van het bestreden arrest. Hiermee heeft het hof kennelijk alleen uitdrukking gegeven aan de causale relatie tussen (de gevolgen van) het eindigen van de exploitatie van het hotel (‘als’) en het faillissement van de vennootschap (‘dan’). Over deze causale relatie wordt in cassatie niet geklaagd.”

r.o. 4.10

“Anders dan de klacht betoogt, kan uit het arrest niet worden afgeleid dat het hof benadeling van Actifood slechts als een mogelijkheid heeft gezien. Uit het arrest blijkt dat het juist ging om een scenario dat [eiser] had moeten voorzien. Om te beginnen heeft het hof de kans op het verlies van de tijdelijke omgevingsvergunning groot geacht. De einddatum van die vergunning stond van begin af aan vast (rov. 5.8.1). Voorts mocht [eiser] niet met recht hopen op een verlenging van de vergunning (rov. 5.8.2). Bij het verlies van de vergunning zou de exploitatie van het hotel niet meer kunnen worden voortgezet. Een andere inkomstenbron was er niet voor de vennootschap, die niet betrokken was bij de andere locaties waar het hotel zou kunnen worden geëxploiteerd (rov. 5.8.3). Met het aflopen van de vergunning op 16 oktober 2014 zouden de inkomsten voor [B] opdrogen (rov. 5.9). Het vertrouwen van [eiser] dat hij ondanks deze bedreigingen na 16 oktober 2014 verder kon met [B] , was volgens het hof zodanig lichtzinnig en onverantwoord dat hem een persoonlijk ernstig verwijt valt te maken van het feit dat hij desondanks in de periode direct voorafgaande aan de sluiting van het hotel is doorgegaan met het plaatsen van bestellingen bij Actifood. Uit dit oordeel blijkt dat het hof niet is uitgegaan van een enkele kans of mogelijkheid dat de exploitatie van [B] door het eindigen van de tijdelijke vergunning zou moeten stoppen. In zoverre faalt de klacht bij gebrek aan feitelijke grondslag in […]”

r.o. 4.11

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2021:819
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
10 september 2021
Datum publicatie
7 oktober 2021
Spoor
Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 36 van 2021

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.