Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 17 september 2021
Artikel 6:235 BW en artikel 2:403 BW: wanneer is het groepsregime 'toegepast'?
- Jaarrekening
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een bewaargever van houtpellets wil de algemene voorwaarden van de bewaarnemer vernietigen na een brand door broei, maar is dochtermaatschappij met een geconsolideerd gepubliceerde jaarrekening. De A-G concludeert dat voor 'grote wederpartij' in artikel 6:235 lid 1 onder a BW volstaat dat bij de inrichting van de jaarrekening artikel 2:403 lid 1 BW is toegepast; volledige naleving van alle voorschriften, zoals de 403-verklaring en deponering, is niet vereist.
Kernoverwegingen
“De vraag nu die de klachten van het onderdeel onder 1.1 aan de orde stellen, is wat is te verstaan onder de woorden in art. 6:235 lid 1 onder a BW: ‘ten aanzien waarvan op dat tijdstip laatstelijk artikel 403 lid 1 van Boek 2 is toegepast’. De steller van het middel gaat uit van de opvatting dat ‘is toegepast’ betekent dat aan álle voorschriften die art. 2:403 lid 1 BW aan het benutten van het groepsregime verbindt, moet zijn voldaan. Rechtbank en hof zijn van een andere opvatting uitgegaan. Volgens die opvatting kan met betrekking tot een rechtspersoon art. 2:403 lid 1 BW ‘laatstelijk zijn toegepast’, ook zonder dat blijkt dat aan álle voorschriften van art. 2:403 lid 1 BW is voldaan; voldoende is in deze opvatting dat bij de inrichting van de jaarrekening art. 2:403 lid 1 BW is toegepast.”
r.o. 3.8
“Uit het voorgaande zal reeds duidelijk zijn dat het antwoord op de vraag welke opvatting juist is, niet rechtstreeks uit de wetsgeschiedenis van art. 6:235 lid 1 BW volgt. Ook de bewoordingen van die bepaling wijzen niet duidelijk op het gelijk van de ene dan wel de andere lezing. De formulering ‘is toegepast’ is niet eenduidig en kan mijns inziens, behalve op een volledige, heel wel ook op een onvolledige toepassing van art. 2:403 lid 1 BW worden betrokken. De doorslag behoort te geven een vergelijking van de strekking van art. 6:235 lid 1 BW met die van de diverse voorschriften van art. 2:403 lid 1 BW.”
r.o. 3.9
“De kern van het groepsregime van art. 2:403 lid 1 BW is de publicatie van een geconsolideerde jaarrekening door (eenvoudig gezegd) de moedermaatschappij, waarin de financiële gegevens van de tot de groep behorende rechtspersoon begrepen zijn (lid 1 onder a en c). Die publicatie is hét alternatief voor een publicatie van de afzonderlijke jaarrekening van de rechtspersoon. Naast deze kern zijn er gedetailleerde bijkomende bepalingen, die mijns inziens (vooral) strekken ter bescherming van: ‒ de belangen van leden of aandeelhouders (dezen moeten schriftelijk instemmen; lid 1 onder b); ‒ het belang van de toegankelijkheid van de jaarrekening wat betreft de taal waarin deze is gesteld (verplicht in het Nederlands, Frans, Duits of Engels; lid 1 onder d); ‒ het belang van de toegankelijkheid van de accountantsverklaring en het bestuursverslag (verplicht in dezelfde taal als de geconsolideerde jaarrekening; lid 1 onder e); ‒ de belangen van hen die op grond van rechtshandelingen van de rechtspersoon schuldeiser zijn (verklaring van hoofdelijke aansprakelijkstelling; lid 1 onder f); ‒ het belang van de tijdige openbaarheid van de geconsolideerde jaarrekening en de andere vereiste stukken door deponering bij het handelsregister (in principe binnen zes maanden na de balansdatum; lid 1 onder g).”
r.o. 3.10