Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 5 februari 2021
Voortzetting vof door cv met behoud van identiteit; kwekersrechtinbreuk
- Personenvennootschappen
- Boek 2 BW
- Personenvennootschappen
Samenvatting
Een vof werd aangesproken wegens inbreuk op kwekersrechten, terwijl zij stelde dat zij in 2006 was ontbonden en dat een commanditaire vennootschap de onderneming had voortgezet. De A-G neemt aan dat een omzetting van vof in cv niet noodzakelijk een nieuwe personenvennootschap oplevert en dat de cv de voortzetting kan zijn met behoud van identiteit. Hij concludeert tot verwerping van het cassatieberoep; de Hoge Raad heeft de conclusie gevolgd.
Kernoverwegingen
“In dat verband stel ik voorop dat zowel de vof als de CV personenvennootschappen zijn. Een personenvennootschap heeft geen rechtspersoonlijkheid, maar heeft wel tot op zekere hoogte een zelfstandige positie ten opzichte van de vennoten en heeft ook een afgescheiden vermogen. De grondvorm van de personenvennootschap is de maatschap (art. 7A:1655-1688 BW); de vof (art. 16 e.v. WvK) en de CV (art. 19 e.v. WvK) zijn bijzondere toepassingen. De vof is een bij overeenkomst aangegane rechtsverhouding strekkende tot de uitoefening van een bedrijf onder gemeenschappelijke naam in een duurzaam samenwerkingsverband. Iedere vennoot is hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen van de vof (art. 18 WvK). De CV is een vennootschap die is aangegaan bij wijze van geldschieting tussen één of meer hoofdelijk verbonden vennoten en één of meer geldschieters. De aansprakelijkheid van de geldschieter is beperkt tot zijn inbreng (art. 20 lid 3 WvK).”
r.o. 2.4
“Bij het toetreden of uittreden van een vennoot wordt een vof of CV in principe zonder ontbinding voortgezet met behoud van haar identiteit. In de literatuur wordt algemeen aangenomen dat de vennootschap ook wordt voortgezet als de vorm van de vennootschap vanwege het toetreden van een commandiet verandert van vof naar CV, maar de identiteit van de vennootschap inhoudelijk niet wijzigt. Daar is veel voor te zeggen en weinig tegen. De vof en de CV zijn nauw verwant (zie hiervoor in 2.4) en er gelden (anders dan bij rechtspersonen) geen formele oprichtingsvereisten. Verder sluit het uitgangspunt van voortzetting bij een wijziging van vof naar CV aan bij het ingetrokken Wetsvoorstel personenvennootschappen en het Duitse recht. Een verandering van de vorm van de vennootschap van vof naar CV betekent dus niet noodzakelijk dat een nieuwe personenvennootschap ontstaat; er is sprake van een voortzetting indien de identiteit van de vennootschap inhoudelijk niet is veranderd.”
r.o. 2.5
“Het subonderdeel gaat er vanuit dat het hof twee te onderscheiden partijen zozeer heeft vereenzelvigd dat de ene partij aansprakelijk is voor één of meer schulden van de andere partij. Het subsidiaire gedeelte van de klacht sluit kennelijk aan bij de (tot terughoudendheid nopende) maatstaf over vereenzelviging van rechtspersonen. Het oordeel van het hof berust echter niet op vereenzelviging van twee afzonderlijke partijen. Volgens het hof is [eiseres 2] een voortzetting van [eiseres 1] met behoud van identiteit en zijn [eiseres 1] en [eiseres 2] daarom één en dezelfde partij. Het hof is dus niet van oordeel dat [eiseres 1] en [eiseres 2] verschillende partijen zijn die (in ieder geval voor deze schuld) vereenzelvigd moeten worden.”
r.o. 2.8