← Week 12

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 25 maart 2022

Conclusie A-G: interne bestuurdersaansprakelijkheid voor fiscale boetes en naheffingen

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een holdingvennootschap en de curator van een dealerbedrijf verhalen naheffingsaanslagen loonbelasting en fiscale boetes op de voormalige statutair directeur, onder meer op grond van interne bestuurdersaansprakelijkheid (artikel 2:9 BW). Het hof achtte de directeur een ernstig verwijt te maken, omdat uitbetalingen buiten de salarisadministratie om zijn gedaan. De A-G concludeert dat de cassatieklachten falen, mede omdat het verweer tegen dat verwijt bij het incidenteel appel hoorde en niet bij de behandelde grief in het principaal appel.

Kernoverwegingen

“In de uitwerking van dit middel onder a. tot en met d. wordt enkel ingegaan op rov. 18.4.4 van het eindarrest, zodat ik ervan uitga dat het middel daartegen is gericht. Het hof heeft aldaar als volgt heeft geoordeeld: “18.4.4. [verweerster] heeft tevens de aan de belastingdienst betaalde boete over de naheffingsaanslag van [eiser] gevorderd. Zij heeft aan haar vordering artikel 2:9 BW ten grondslag gelegd. [eiser] betwist deze aansprakelijkheid stellende dat hij niet de periodieke loonopgaven aan de belastingdienst toezond, dat hij deze niet ondertekende en als daar fouten in zaten, hem daarvan geen verwijt kan worden gemaakt. [verweerster] stelt dat [eiser] zich schuldig heeft gemaakt aan belastingfraude door gelden aan de onderneming te onttrekken zonder daarover belasting te betalen. Het hof is van oordeel dat aan [eiser] een ernstig verwijt in de zin van artikel 2:9 BW kan worden gemaakt van het niet tijdig afdragen van de loonbelasting. Blijkens de loonstrook van januari 2002 heeft [eiser] een bonus ontvangen van € 20.420,11 bruto. Vervolgens heeft hij in dat jaar 5 x € 10.000.00 en 1 x € 30.000,00 aan zich laten uitkeren, althans deze bedragen aan zijn Italiaanse vennootschap laten overmaken onder vermelding van een transactienummer (zie productie 12 bij de inleidende dagvaarding). Dit is niet via de salarisadministratie gegaan. Indien sprake zou zijn van netto voorschotbedragen, dan ligt het in de rede dat deze via de salarisadministratie verwerkt zouden zijn. zoals […]”

r.o. 3.60

“Anders dan het middel tot uitgangspunt neemt, heeft het hof in rov. 18.4.4. niet grief I in het incidenteel appel besproken die is gericht tegen de beslissing van de rechtbank om de bonusbetaling over 2001 toe te wijzen aan [eiser] . Dienaangaande heeft het hof in rov. 18.5 geoordeeld dat [verweerders] niet hebben betwist dat [eiser] op grond van de met hem gemaakte bonusafspraken recht heeft op dit bedrag, dat [eiser] dan ook nakoming van deze afspraak kan vorderen en dat het feit dat [eiser] als bestuurder ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, niet betekent dat [verweerders] voormelde afspraak niet langer behoeven na te komen.”

r.o. 3.62

“Zoals hierboven onder 3.50 vermeld, heeft het hof in rov. 18.4.1 tot en met rov. 18.4.4 grief II in het principaal appel behandeld, waarin is opgekomen tegen de veroordeling van [eiser] tot betaling van diverse vermeende belastingschades (naheffingsaanslagen en boetes). Bij de behandeling daarvan kan niet het verweer tegen grief I in het incidenteel appel worden betrokken vanwege de processueel zelfstandige posities van beide appellen.”

r.o. 3.63

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2022:304
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
25 maart 2022
Datum publicatie
26 april 2022
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:9 BW, 7:661 BW, 7:619 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 12 van 2022

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.