← Week 17

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 29 april 2022

Caribisch enquêterecht: afwijzing enquêteverzoek OM na jarenlange aanhouding, belangenafweging

  • Enquêterecht
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Het openbaar ministerie van Sint Maarten verzocht om een enquête bij de havenvennootschappen, waarna het Hof na drie jaar aanhouden het verzoek afwees op basis van een belangenafweging. De A-G acht dat binnen het Sint Maartense enquêterecht, dat is afgestemd op het Nederlandse, toegestaan: aanhouding is mogelijk zolang binnen een redelijke termijn wordt beslist en het Hof beschikt over een ruime beoordelingsmarge. Hij concludeert tot verwerping van het cassatieberoep van het openbaar ministerie en van het incidentele beroep van de geschorste bestuurder.

Kernoverwegingen

“Bij de behandeling ter zitting hebben het Land en de RvC het standpunt van de vennootschappen onderschreven.”

r.o. 3.6

“Ik keer nog even terug naar zo’n eerste procedure. Bij de beoordeling daarin van het verzoek zo’n onderzoek te bevelen geldt de eis van een door de OK te verrichten belangenafweging. Deze staat naast de eis van het dan dienen te blijken van zulke “gegronde redenen”, etc., wat meer vergt dan een voorlopig oordeel ter zake als bedoeld in art. 2:349a lid 3, eerste zin BW. Zoals gezegd, moet deze door de OK te verrichten belangenafweging steunen op feiten en omstandigheden zoals die zich voordoen in het aan haar met het concrete verzoek voorgelegde geval. Het ligt in de rede dat de OK daarbij ook kan verdisconteren de mate waarin de rechtspersoon maatregelen wil treffen en heeft getroffen ter verbetering van het beleid en de gang van zaken (ongedaanmaking of beperking van gevolgen van onjuist beleid). Dit past bij het eveneens genoemde gegeven dat zij bij deze belangenafweging, hoezeer die ook plaats heeft in een concreet geval, naast de doeleinden van het enquêterecht mede de bezwaren tegen een ruime toepassing van het middel van enquête moet betrekken en de aard van het tussen de verzoeker en de rechtspersoon bestaande geschil in aanmerking moet nemen. Gezien ook 3.7.1-3.7.3 hiervoor valt aan te nemen dat binnen dit wettelijke stelsel de OK, alles afwegende, voldoende aanleiding kan vinden een beslissing over zo’n belangenafweging (en daarmee op het enquêteverzoek) voor een bepaalde periode aan te houden in de omstandigheid dat de rechtspersoon doende is zulke maatregelen te […]”

r.o. 3.7.4

“Voor zover de eerste klacht in subonderdeel 1.1 al uitgaat van een juiste lezing van Beschikking I t/m IV en daarmee feitelijke grondslag heeft (zie onder 3.3 hiervoor), volgt uit 3.4-3.8.3 hiervoor dat wat de klacht aanvoert m.i. nog niet de conclusie rechtvaardigt dat het Hof daarin blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting als bedoeld in de klacht. Dit wordt niet anders doordat de onderhavige periode een meerjarige en dus in absolute termen geen korte is, want tegen de tweeënhalf jaar beloopt tussen Beschikking I en Beschikking IV (of circa drie jaar als wordt gerekend vanaf de aanvang van de enquêteprocedure). De door mij voorgestane terughoudende opstelling ter zake staat daaraan in de weg. Iets anders voert de klacht niet aan. In het bijzonder lees ik daarin niet nader waarom hetgeen het Hof specifiek ten grondslag legt in Beschikking I t/m IV aan de in dit geval gevolgde koers deze koers met inbegrip van genoemde tijdverloop niet zou kunnen rechtvaardigen (overschrijding van een redelijke termijn zou opleveren), blijk gevend van een onjuiste rechtsopvatting. Overigens valt dit wat mij betreft zonder méér ook niet in te zien. Daarbij betrek ik dat het in de wet (Boek 2 BW-SM) vastgelegde stelsel van het Sint Maartense enquêterecht is gericht op het belang van de rechtspersoon, in het onderhavige geval dus dat van de vennootschappen. De mogelijkheden waarin dit stelsel voorziet, dienen steeds dat belang en vervullen een belangrijke rol voor de doeltreffendheid van […]”

r.o. 3.9.1

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2022:398
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
29 april 2022
Datum publicatie
19 mei 2022
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:271 BW, 2:272 BW, 2:274 BW, 2:276 BW, 2:282 BW, 2:349a BW, 2:350 BW, 2:355 BW
Thema
Enquêterecht
Weekoverzicht
Week 17 van 2022

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.