Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 3 juni 2022
Curaçaose enquête: wanbeleid trustbestuurder en voorzieningen bij verwatering minderheidsaandeelhouder
- Enquêterecht
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
Samenvatting
In een Curaçaose enquêteprocedure vraagt een minderheidsaandeelhouder om vaststelling van wanbeleid en om voorzieningen (ontslag van de trustbestuurder en vernietiging van emissiebesluiten waardoor haar belang verwaterde). De A-G stelt dat het vennootschappelijk belang leidend is bij het treffen van voorzieningen en dat het hof hierbij een discretionaire bevoegdheid heeft. Hij acht alleen de klacht gegrond over de afwijzing van wanbeleid rond een door de aandeelhouder gestelde lening, omdat de bestuurder ook zonder zekerheid over die lening onderzoek had moeten doen. Hij concludeert tot gedeeltelijke vernietiging en terugwijzing.
Kernoverwegingen
“De vaststelling van wanbeleid is een noodzakelijke voorwaarde voor het kunnen treffen van voorzieningen op voet van art. 2:282-283 BWC: zonder wanbeleid geen voorzieningen. Het treffen van een voorziening ter redressering van (de gevolgen) wanbeleid is evenwel geen automatisme. Het hof heeft een discretionaire bevoegdheid: het hof kan voorzieningen treffen, maar hoeft dat niet te doen. Het staat het hof ook vrij om (slechts) een declaratoire beschikking af te geven waarin enkel wanbeleid wordt vastgesteld en waarin eventueel wordt vastgesteld welke personen verantwoordelijk zijn voor dit wanbeleid, maar waarin géén voorziening wordt getroffen. De uitoefening van deze discretionaire bevoegdheid door het hof is in cassatie slechts beperkt toetsbaar.”
r.o. 4.7
“Bij het treffen van voorzieningen staat het belang voorop van de vennootschap die onderwerp is van de enquête en de met haar verbonden onderneming. Het vennootschappelijk belang wordt in de regel vooral bepaald door het bevorderen van het bestendige succes van deze onderneming, waarbij de bestuurder ook zorgvuldigheid dient te betrachten jegens de belangen van al degenen die bij de vennootschap en haar onderneming betrokken zijn, aldus de Hoge Raad in de Cancun-beschikking. Het vennootschappelijk belang is een open en flexibel begrip. Verschillende functies kunnen worden onderscheiden. In het bijzonder bij joint venture verhoudingen – zoals hier aan de orde – kan het vennootschappelijk belang zich verzetten tegen misbruik van macht door de meerderheidsaandeelhouder ten koste van de minderheidsaandeelhouder.”
r.o. 4.9
“Zekerheid over het bestaan van de Bab-lening is voor de conclusies van de onderzoeker dus niet relevant. Juist de ontstane onzekerheid over de Bab-lening noodzaakte tot het doen van onderzoek naar de lening door Intertrust. Ik zie daarom niet hoe de overweging van het hof dat het bestaan van de Bab-lening niet vaststaat, de verwerping van het verzoek om vaststelling van wanbeleid op dit punt kan dragen.”
r.o. 4.18