Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 8 juli 2022
Ernstig persoonlijk verwijt indirecte bestuurders na onterechte huurbeëindiging en liquidatie
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een verhuurder sprak de directe en indirecte bestuurders van een huurder aan voor de onbetaald gebleven huur, nadat de huur ten onrechte was beëindigd en de huurder haar activiteiten had gestaakt. De A-G bevestigt dat voor persoonlijke aansprakelijkheid een ernstig persoonlijk verwijt vereist is, ook bij selectieve betaling en bij indirecte bestuurders (artikel 2:11 BW). Hij acht het begrijpelijk dat de bestuurder, die op advies van zijn advocaat te goeder trouw handelde, geen verwijt treft. Hij concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.
Kernoverwegingen
“De maatstaven uit Ontvanger/ […] hebben betrekking op de bestuurder van de rechtspersoon. Dat zijn in het geval van Buisman, [de holding] , tot 25 juni 2012, en PBS Oosterwolde, vanaf 25 juni 2012 (zie hiervoor in 2.1 onder (iii)). Art. 2:11 BW bepaalt dat de aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon tevens hoofdelijk rust op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is (ook wel aangeduid als ‘tweedegraads bestuurders’). In het door het hof in rov. 4.4 aangehaalde arrest Le Roux Fruit is beslist dat art. 2:11 BW van toepassing is in alle gevallen waarin een rechtspersoon in zijn hoedanigheid van bestuurder aansprakelijk is op grond van de wet en dan tevens hoofdelijk rust op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van een rechtspersoon-bestuurder daarvan bestuurder is. Voor vestiging van de aansprakelijkheid van een bestuurder van een rechtspersoon-bestuurder geldt dan dus niet de aanvullende eis dat de schuldeiser stelt, en zo nodig bewijst, dat ook die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, aldus het arrest. De bestuurder kan zich volgens het arrest wel ‘disculperen’ door te stellen, en zo nodig te bewijzen, dat hem persoonlijk geen ernstig verwijt kan worden gemaakt van de gedragingen waarop de aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder is gebaseerd (is er maar één persoon aan te wijzen als indirect bestuurder, dan […]”
r.o. 3.7
“Terughoudender lijkt de burgerlijke kamer van de Hoge Raad in het niet lang daarna gewezen arrest Ingwersen q.q., waarnaar het hof in 4.13 van zijn arrest verwijst. Daarin gaat de Hoge Raad voor de selectieve betaling volledig uit van de (in beginsel meer ruimte latende) maatstaven van het arrest Ontvanger/ […] :
“3.2 Een bestuurder van een vennootschap is niet persoonlijk aansprakelijk jegens een vennootschapsschuldeiser die is benadeeld wegens het onbetaald en onverhaalbaar blijven van zijn vordering, op de enkele grond dat die bestuurder het faillissement van de vennootschap heeft aangevraagd en daarna heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap een of meer andere schuldeisers heeft betaald met voorrang boven die vennootschapsschuldeiser. De betrokken bestuurder kan ter zake van deze benadeling persoonlijk aansprakelijk worden gehouden indien zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.
Het hof heeft in rov. 3.5 terecht het voorgaande tot uitgangspunt genomen bij zijn oordeel over de aansprakelijkheid van [verweerders].”
r.o. 3.12
“Wanneer weet of behoort een bestuurder redelijkerwijze te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg heeft dat deze haar verplichtingen niet zal nakomen en ook geen verhaal zal bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade in de zin van geval (ii) van het arrest Ontvanger/ […] ? In het arrest Air Holland heeft de Hoge Raad hierover een beslissing gegeven in een geval waarin de aangesproken bestuurders aanvoerden dat zij meenden dat de vennootschap in voldoende mate een voor verrekening vatbare tegenvordering had en dat niet evident was dat die tegenvordering van elke grond was ontbloot of onvoldoende was. De Hoge Raad overwoog, onder verwijzing naar Ontvanger/ […] : “De onderdelen falen omdat zij de toepasselijkheid van een andere norm verdedigen dan de Hoge Raad ook voor een geval als het onderhavige heeft aanvaard in zijn arrest van 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758, NJ 2006/659. Het gaat erom of de aansprakelijk gestelde bestuurder wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Dit betekent dat, anders dan de onderdelen betogen, voor een ernstig verwijt als in voormeld arrest van de Hoge Raad bedoeld, voldoende is dat de bestuurder ten tijde van het hem verweten handelen of nalaten ernstig […]”
r.o. 3.13