Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 9 september 2022
Afgeleide schade aandeelhouder en fusie met voormalige deelneming; verjaring en boetebeding
- Overig Boek 2
- Fusie en splitsing
- Boek 2 BW
Samenvatting
In deze conclusie in een telecomgeschil beoordeelt de A-G of een moedervennootschap schade kan vorderen die haar voormalige 90%-deelneming heeft geleden, of de waardevermindering van de aandelen daarin. Volgens de A-G blijft de hoofdregel uit Poot/ABP gelden dat een aandeelhouder geen afgeleide schade vordert. De fusie van dochter en moeder en het verstrijken van de verjaringstermijn leiden niet tot een uitzondering. De stuitingsbrieven van de moeder gelden niet mede voor de dochter en er is geen grond voor vereenzelviging.
Kernoverwegingen
“De klacht faalt. Het hof heeft niet miskend dat de vorderingen van Zon als gevolg van de fusie tot het vermogen van Tele2 zijn gaan behoren. Het hof heeft in rov. 4.54 van Tussenarrest I immers uitdrukkelijk overwogen dat eind 2004, bij de fusie van Zon met Tele2, de aanspraken van Zon op KPN onder algemene titel op Tele2 zijn overgegaan. Het oordeel van het hof in de eerste zin van rov. 4.54 van Tussenarrest I – dat Tele2 alleen vergoeding van de schade kan vorderen die zij zelf heeft geleden – maakt het voorgaande niet anders. Met dat oordeel heeft het hof, blijkens het vervolg van rov. 4.54 van Tussenarrest I, waarin het hof heeft overwogen dat de fusie met Zon niet maakt dat de vorderingen van Zon met die van Tele2 zijn “versmolten”, slechts tot uitdrukking willen brengen dat het voor KPN kenbaar had moeten zijn dat Tele2, als rechtsopvolgster van Zon, ook aanspraak maakte op vergoeding van de schade die Zon in geschilperiode 1 heeft geleden.”
r.o. 3.63
“De klacht in subonderdeel 2.4. mist feitelijke grondslag. Het hof heeft in rov. 3.5.3 van Tussenarrest II overwogen dat Zon destijds een zelfstandige rechtspersoon was, waaruit blijkt dat het hof van oordeel is geweest dat Zon niet met Tele2 kon worden vereenzelvigd, ondanks de door Tele2 onder (i), (ii) en (iii) genoemde omstandigheden, die het hof ook in rov. 3.5.3 samengevat heeft weergegeven. Dit (impliciete) oordeel van het hof is ook niet onbegrijpelijk. Vereenzelviging verlangt uitzonderlijke omstandigheden en van dergelijke uitzonderlijke omstandigheden is in dit geval (in het geheel) niet gebleken. De klacht in subonderdeel 2.5. faalt derhalve.”
r.o. 3.69
“De klacht faalt. Het hof heeft terecht in de slotzin van rov. 3.6.4 van Tussenarrest II geoordeeld dat de stellingen van Tele2 niet de conclusie rechtvaardigen dat KPN specifiek onzorgvuldig heeft gehandeld jegens Tele2 “in haar hoedanigheid van aandeelhouder” van Zon. Dat KPN onrechtmatig jegens Tele2 heeft gehandeld, maakt immers nog niet dat KPN een specifieke zorgvuldigheidsnorm jegens Tele2 als aandeelhouder van Zon heeft geschonden.”
r.o. 3.73