← Week 50

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 15 december 2023

Gesanctioneerde certificaathouder uitgesloten van vergadering en stemrecht bij STAK

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

In kort geding vordert een gesanctioneerde Russische certificaathouder toelating tot de certificaathoudersvergadering van een Nederlands administratiekantoor en uitoefening van haar stemrecht over een wijziging van de corporate governance. Het hof wees dit af omdat de bevriezing van activa onder Verordening 269/2014 daaraan in de weg staat. De A-G concludeert dat een ruime uitleg van bevriezing juist is, waardoor vergader- en stemrechten in beginsel niet kunnen worden uitgeoefend, dat prejudiciële vragen niet nodig zijn en dat het cassatieberoep faalt.

Kernoverwegingen

“Bij een ruime uitleg van deze definitiebepalingen (in verbinding met art. 2 lid 1 van Verordening 269/2014) zou bevriezing van activa op basis van Verordening 269/2014 inhouden dat de gesanctioneerde individuen en entiteiten in uitgangspunt geen enkele handeling mogen verrichten ten aanzien van de desbetreffende economische middelen en tegoeden, met inbegrip van de daaraan verbonden bevoegdheden/rechten. Toegepast op (certificaten van) aandelen, in het bijzonder de onderhavige bevroren certificaten van aandelen, zou zo’n ruime uitleg van ‘bevriezing’ onder meer betekenen dat de gesanctioneerde houder van deze certificaten (dus: SBK) in algemene zin de aan deze certificaten verbonden vergader- en stemrechten in beginsel niet kan uitoefenen of doen uitoefenen. Wat dan dus ook opgeld doet voor de onderhavige certificaathoudersvergadering en stemming over de voorgestelde wijziging van de corporate governance van het administratiekantoor, ongeacht of daarbij en/of daardoor tegoeden worden omgezet in middelen die kunnen dienen om activiteiten te ondersteunen waartegen de sancties zich richten.”

r.o. 3.36

“Op dit punt valt overigens een parallel te trekken met ondernemingsrechtelijke rechtspraak van de Hoge Raad waaruit volgt - in de woorden van Timmerman - dat bij onderwerpen die te maken hebben met de structuur van de vennootschap, oftewel het tot stand brengen van (rechts)posities in de vennootschap, de rechtszekerheid voorop staat en redelijkheid en billijkheid slechts een rol speelt op de achtergrond. Terwijl het omgekeerde aan de orde is bij onderwerpen die te maken hebben met de manier waarop actoren binnen die vennootschapsstructuur zich dienen te gedragen, oftewel (de schending van) toepasselijke gedragsnormen. M.i. ligt de vraag of een gesanctioneerde certificaathouder gezien Verordening 269/2014 de aan deze certificaten verbonden vergader- en stemrechten al dan niet kan uitoefenen, naar de aard dichter bij zulke onderwerpen die te maken hebben met (rechts)posities in de vennootschap. En de te onderscheiden vraag naar de wijze waarop een gesanctioneerde certificaathouder die vergader- en stemrechten uitoefent, zo hij dit laatste rechtens op zichzelf kan, naar de aard dichter bij zulke onderwerpen die te maken hebben met (de schending van) toepasselijke gedragsnormen. vii. Mogelijke tegenargumenten”

r.o. 3.45

“Gezien de uiteenzettingen onder 3.4-3.57 hiervoor zal mijn kernbevinding niet verrassen. M.i. is een ruime uitleg van ‘bevriezing’ van activa op basis van Verordening 269/2014 aangewezen, erop neerkomend dat (als klaarblijkelijk beoogd door de Raad, in ieder geval vanaf 25 februari 2022) de op basis van deze verordening via de Lijst gesanctioneerde individuen en entiteiten in uitgangspunt geen enkele handeling mogen verrichten ten aanzien van de desbetreffende economische middelen en tegoeden, met inbegrip van de daaraan verbonden bevoegdheden/rechten. Toegepast op (certificaten van) aandelen, in het bijzonder de onderhavige bevroren certificaten van aandelen, betekent zo’n ruime uitleg van ‘bevriezing’ derhalve onder meer dat de gesanctioneerde houder van deze certificaten (dus: SBK) in algemene zin de aan deze certificaten verbonden vergader- en stemrechten in beginsel niet kan uitoefenen of doen uitoefenen. Wat dan dus ook opgeld doet voor de onderhavige certificaathoudersvergadering en stemming over de voorgestelde wijziging van de corporate governance van het administratiekantoor, ongeacht of daarbij en/of daardoor tegoeden worden omgezet in middelen die kunnen dienen om activiteiten te ondersteunen waartegen de sancties zich richten.”

r.o. 3.58

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2023:1169
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
15 december 2023
Datum publicatie
18 januari 2024
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:349a BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid, Vereniging, stichting en coöperatie
Weekoverzicht
Week 50 van 2023

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.