Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 1 december 2023
Decharge bij jaarrekening en uitleg van besluiten; interne bestuurdersaansprakelijkheid
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Jaarrekening
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een vennootschap spreekt haar voormalige indirecte bestuurders aan wegens niet-behoorlijke taakvervulling (artikel 2:9 BW) vanwege leningen zonder zekerheden. Het hof wees de vordering af omdat bij de vaststelling van de jaarrekening decharge was verleend. De A-G acht objectieve uitleg van besluiten van organen niet voor alle besluiten vanzelfsprekend, maar vindt de uitleg van het hof ook naar objectieve maatstaven begrijpelijk. Hij concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.
Kernoverwegingen
“Voor de opvatting dat besluiten van organen van rechtspersonen naar objectieve maatstaven moeten worden uitgelegd, is veel te zeggen. Besluiten werken tegenover een ieder die bij de rechtspersoon zijn betrokken, waaronder ook tegen toekomstige aandeelhouders en bestuurders. Dat dit verder gaat dan de werking die een obligatoire overeenkomst heeft tegenover een bijvoorbeeld krachtens derdenbeding bij de overeenkomst betrokken derde respectievelijk tegenover een partij aan wie een aan de overeenkomst ontleend vorderingsrecht is gecedeerd, blijkt uit art. 2:16 lid 1 BW. Volgens die bepaling is de onherroepelijke uitspraak die de nietigheid van een besluit van een rechtspersoon vaststelt of zulk een besluit vernietigt, bindend voor een ieder indien de rechtspersoon partij in het geding is geweest, behoudens herroeping of derdenverzet. Slechts voor besluiten met externe werking bevat het tweede lid van art. 2:16 BW een uitzondering op dit uitgangspunt ten behoeve van wederpartijen van de rechtspersoon te goeder trouw. De werking erga omnes van een rechterlijke uitspraak die de nietigheid van een besluit vaststelt of dit besluit vernietigt, veronderstelt spiegelbeeldig dat geldige besluiten eveneens erga omnes werken jegens allen die krachtens wet of statuten bij de rechtspersoon zijn betrokken. Anders gezegd, besluiten van een orgaan van een rechtspersoon maken deel uit van de interne rechtsorde van die rechtspersoon. Uiteraard is dat een krachtig argument voor uitleg volgens […]”
r.o. 3.3
“Kortom, hoewel er argumenten zijn voor een uitgangspunt volgens welke de uitleg van besluiten van organen van een rechtspersoon in beginsel naar objectieve maatstaven dient plaats te vinden, wordt de invulling van dat uitgangspunt mijns inziens nader door de aard van het besluit bepaald. Dat geldt ook voor de ruimte die er is om toch ook niet-objectieve uitlegargumenten in de afweging te betrekken. Betreft een besluit in praktische zin slechts een of meer individuele betrokkenen, dan dunkt mij niet op voorhand onjuist een uitleg die mede (of zelfs vooral) let op de betekenis die een zodanige individuele betrokkene aan het besluit redelijkerwijs heeft mogen toekennen en in dat verband redelijkerwijs heeft mogen verwachten.”
r.o. 3.6
“Een besluit tot het verlenen van decharge komt neer op afstand door de rechtspersoon van de rechtsvordering uit hoofde van niet-behoorlijke taakvervulling jegens een bestuurder (of commissaris). Het tot een zodanig besluit bevoegde orgaan is de algemene vergadering van aandeelhouders.”
r.o. 3.13