Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 10 februari 2023
Verjaring van vordering tegen oud-bestuurder na aandelenoverdracht; bekendheid en onderzoeksplicht
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Kopers van aandelen stellen de voormalig bestuurder van de verkoper persoonlijk aansprakelijk, omdat een aangekondigde claim tegen de vennootschap niet was gemeld. De A-G acht het oordeel van het hof dat de vordering is verjaard niet onbegrijpelijk: de kopers waren bekend met de schade en konden met een eenvoudig onderzoek de identiteit van de bestuurder achterhalen. Hij concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.
Kernoverwegingen
“De conclusie is dan ook dat de vordering van Sibema en [eiseres 2] op grond van bestuurdersaansprakelijkheid is verjaard en hun daarop steunende vorderingen niet toewijsbaar zijn. (…)’”
r.o. 4.13
“Ik lees het bestreden arrest zo, dat hof in r.o. 4.7 tot het oordeel komt dat Sibema en [eiseres 2] door de dagvaarding niet alleen bekend raakten met de schade, maar ook met de feiten en omstandigheden waarop zij thans hun vordering tot schadevergoeding baseren en die (volgens hen) zouden kunnen worden aangemerkt als tekortschieten of foutief handelen (of nalaten) van EC Recreatie. Dit leid ik met name af uit de laatste zin van r.o. 4.7 en uit de zinsnede, op ongeveer een derde van de rechtsoverweging, ‘Dat sprake was van een bij EC Recreatie bekende juridische claim (…)’. Deze lezing vindt steun in wat het hof daarover buiten r.o. 4.7 heeft overwogen: r.o. 4.10 (‘wanneer Sibema en [eiseres 2] ermee bekend raakten dat niet alleen de vennootschap, maar ook [verweerder] als aansprakelijke persoon kon worden aangemerkt.’) en r.o. 4.12 (‘met name vanwege de nauwe samenhang tussen de gestelde bestuurdersaansprakelijkheid en de aansprakelijkheid van de vennootschap.’).”
r.o. 4.28
“Anders dan het subonderdeel betoogt, heeft het hof niet overwogen dat een eenvoudig onderzoek aan het licht had gebracht dat [verweerder] onrechtmatig had gehandeld, maar dat met een eenvoudig onderzoek de identiteit van [verweerder] en zijn optreden als bestuurder hadden kunnen worden achterhaald en dat voor het gaan lopen van de verjaringstermijn niet vereist is dat Sibema en [eiseres 2] met de juridische beoordeling van die feiten en omstandigheden bekend waren. Deze overweging is in lijn met het standpunt van Du Perron in zijn annotatie bij het […] -arrest (zie onder 4.15): de benadeelde hoeft niet over de exacte feitenkennis te beschikken die nodig is om op dat moment een dagvaarding uit te brengen. Er moeten voor de benadeelde voldoende aanknopingspunten zijn om een onderzoek naar de ontbrekende gegevens omtrent aansprakelijkheid in te stellen. De Hoge Raad heeft in meerdere arresten overwogen dat voor aanvang van de verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW niet vereist is dat de benadeelde bekend is met de juridische beoordeling van de feiten en omstandigheden (zie onder 4.10). De in het subonderdeel genoemde stellingen miskennen dit. Daarnaast moet r.o. 4.12 worden gelezen tegen de achtergrond van het oordeel van het hof in r.o. 4.7 dat Sibema en [eiseres 2] (middels hun bestuurders [betrokkene 2] en [betrokkene 3] ) door de dagvaarding al bekend raakten met hun schade en de feiten die ten grondslag lagen aan de wanprestatie/onrechtmatige daad van EC Recreatie. Het […]”
r.o. 4.47