← Week 13

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 31 maart 2023

Conclusie A-G: handelsrente deel van schade bij externe bestuurdersaansprakelijkheid

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een schuldeiser stelt de (indirect) bestuurders van een vennootschap persoonlijk aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW en artikel 2:11 BW omdat zij het verhaal na een onherroepelijk vonnis hebben gefrustreerd. In cassatie gaat het nog slechts om de toegewezen wettelijke handelsrente. De A-G concludeert tot verwerping, omdat het hof de volledige bedragen uit het eerdere vonnis, rente inbegrepen, als schade heeft aangemerkt.

Kernoverwegingen

“Daarmee hanteren de klachten een onjuiste lezing van het arrest, waardoor zij feitelijke grondslag ontberen. Kort gezegd: het hof beschouwt (in navolging van de rechtbank) de volledige in het Finse vonnis toegewezen bedragen als genoemde schade van FLT, inclusief de in het Finse vonnis toegewezen wettelijke handelsrente. Onder 3.3.3-3.3.5 hierna licht ik dit toe op basis van de trits relevante uitspraken: het Finse vonnis, het vonnis en het arrest. Onder 3.3.6-3.3.8 hierna keer ik terug naar het onderdeel.”

r.o. 3.3.2

“Ten slotte het arrest. Daarin oordeelt het hof dat de rechtbank, door in het vonnis [eiseres] in de gegeven omstandigheden jegens FLT persoonlijk aansprakelijk te achten op grond van art. 6:162 BW en art. 2:11 BW, de maatstaf voor bestuurdersaansprakelijkheid niet heeft miskend en ‘de lat heeft gelegd’ waar deze hoort (rov. 5.13). Vervolgens komt het hof tot de slotsom dat “de vordering van FLT voor het gehele door de Finse rechter toegewezen bedrag terecht door de rechtbank als schade [is] aangemerkt, tot vergoeding waarvan [eiseres] zijn gehouden” (rov. 5.14). Wat terugslaat op de vraag “welke schade FLT heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van [eiseres] ” (rov. 5.14). En waarbij het hof onder meer ervan uitgaat dat, in de hypothetische situatie waarin partijen zouden hebben verkeerd zonder het onrechtmatig handelen van [eiseres] , FLT verhaal had kunnen vinden “voor haar gehele vordering, zoals deze door de Finse rechter was toegewezen” (rov. 5.14). Het lijdt geen twijfel dat het hof aldus overwegend onder die “schade” van FLT mede verstaat de wettelijke handelsrente over € 247.594,10 en € 56.000,00 als bedoeld onder 3.3.3 en 3.3.4 sub (i)-(ii) hiervoor. Het dictum van het arrest (rov. 7) dient uiteraard in dit licht te worden bezien. Zie onder 2.4 hiervoor. Dit betekent ook dat het hof daar die wettelijke handelsrente dus níet zélf in meerdering brengt op die twee bedragen.”

r.o. 3.3.5

“Hieraan zien de klachten (en de opmaat daarnaar in het onderdeel) voorbij. Door dit gebrek aan feitelijke grondslag ontvalt reeds de bodem aan de klachten, die daarom geen verdere behandeling behoeven.”

r.o. 3.3.6

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2023:372
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
31 maart 2023
Datum publicatie
25 april 2023
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 2:11 BW, 6:119a BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 13 van 2023

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.