← Week 36

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 8 september 2023

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens schending exclusiviteitsbeding door vennootschap; ernstig verwijt en voorzienbaarheid

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een bestuurder van een failliete vennootschap is door het hof persoonlijk aansprakelijk gehouden wegens schending van een exclusiviteitsbeding door de vennootschap, op grond van onrechtmatige daad en een ernstig verwijt. In cassatie klaagt de bestuurder dat de grondslag onduidelijk is. De A-G meent dat het hof duidelijk artikel 6:162 BW heeft toegepast en dat interne bestuurdersaansprakelijkheid (artikel 2:9 en 2:11 BW) geen rol speelt. De Hoge Raad heeft de conclusie gevolgd.

Kernoverwegingen

“Randnummer 4.1. van de procesinleiding bevat een overzicht van wat het hof in het bestreden arrest met betrekking tot de bestuurdersaansprakelijkheid van [eiser] ten opzichte van Waste Products heeft overwogen en geoordeeld. Omdat [eiser] in zijn klachten naar dat overzicht en de nummering daarvan verwijst, neem ik het overzicht hier over: (i) In hoger beroep is (met het grotendeels slagen van de grieven van Waste Products c.s.) vast komen te staan dat Login de exclusiviteitsverplichting heeft geschonden en daarmee is tekortgeschoten jegens Waste Products (rov. 4.43.);

(ii) Het hof beoordeelt de stellingen van Waste Products c.s. in hoger beroep in hun memorie van grieven, randnummers 44. en 48. (derde liggend streepje) en in de procedure bij de rechtbank over de persoonlijke aansprakelijkheid van [eiser] op grond van de devolutieve werking opnieuw (rov. 4.43.);

(iii) Wanneer een vennootschap ten opzichte van een derde wanprestatie pleegt of onrechtmatig handelt kan onder omstandigheden ook de bestuurder van die vennootschap aansprakelijk zijn voor de schade van die derde (rov. 4.44.);

(iv) Vereist is daarvoor dat de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het antwoord op de vraag of dit zo is, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Voor het kunnen aannemen van een ernstig verwijt geldt in het algemeen de voorwaarde dat de bestuurder wist of behoorde te begrijpen dat de schuldeiser van de […]”

r.o. 3.49

“De eerste zelfstandige klacht van het onderdeel is te vinden in randnummer 4.3. van de procesinleiding. Het oordeel van het hof (in rov. 4.44. en 4.45. van het bestreden arrest) dat [eiser] als bestuurder van Login aansprakelijk is, is onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd, omdat het hof niet, mede met het oog op een eventuele schadestaatprocedure, op voldoende inzichtelijke wijze heeft gemotiveerd (i) op welke grondslag het hof de bestuurdersaansprakelijkheid heeft gebaseerd, (ii) welke partij(en) in welke hoedanigheid aansprakelijk is (zijn) en (iii) voor welk gedrag die partij aansprakelijk gehouden wordt, zo betoogt [eiser] . De in randnummer 4.1. onder (iii) en (iv) geciteerde passages wijzen, aldus [eiser] , op “art. 6:162 BW-aansprakelijkheid van [eiser] in zijn hoedanigheid van bestuurder van Login” voor de schending van Login van het exclusiviteitsbeding. De onder (v) genoemde passage wijst echter weer op aansprakelijkheid van [eiser] voor eigen gedragingen en eigen contractuele verplichtingen jegens Waste Products en BWaste wegens het rechtstreeks beconcurreren van Waste Products, aldus [eiser] . De onder (vi) genoemde passage duidt op aansprakelijkheid van [eiser] als bestuurder van Login alsmede op aansprakelijkheid als deelnemer aan de joint venture Waste Products, in welk geval juist Login als deelnemer aansprakelijk is in plaats van [eiser] (die immers niet zelf deelnam in Waste Products), zo voegt [eiser] toe. Ten slotte is ook denkbaar, aldus [eiser] , dat […]”

r.o. 3.51

“De klachten falen. Aan [eiser] moet worden toegegeven dat rov. 4.44. en 4.45. van het bestreden arrest zorgvuldiger hadden kunnen worden geformuleerd. Mijns inziens is echter duidelijk dat het hof zijn oordeel dat [eiser] als bestuurder van Login aansprakelijk is jegens Waste Products heeft gebaseerd op onrechtmatige daad. In rov. 4.43. heeft het hof vooropgesteld dat Login is tekortgeschoten ten opzichte van Waste Products door schending van de exclusiviteitsverplichting. De context waarin het hof [eiser] als bestuurder aansprakelijk heeft geacht is dus onmiskenbaar de contractuele verhouding tussen Login en Waste Products en niet de wijze waarop Login als bestuurder (en [eiser] als indirect bestuurder) van Waste Products heeft gehandeld. Waste Products kan als buitenstaander tegen [eiser] als bestuurder van hun contractuele wederpartij alleen ageren op grond van onrechtmatige daad en dat heeft het hof ook onmiskenbaar tot uitgangspunt genomen. De door [eiser] aangedragen grondslag van art. 2:9 in verbinding met art. 2:11 BW speelt hier dus geen rol. Ook blijkt uit niets dat het hof heeft gemeend dat [eiser] ten opzichte van Waste Products aansprakelijk is wegens ‘eigen gedragingen’, los van zijn rol als bestuurder van Login. De terloopse woorden “Als (…) deelnemer aan de joint venture” in de tweede zin van rov. 4.45. wijzen niet erop dat het hof iets anders heeft bedoeld. De desbetreffende zin, die wat slordig is geformuleerd, heeft in het licht van rov. 4.44. […]”

r.o. 3.52

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2023:772
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
8 september 2023
Datum publicatie
19 oktober 2023
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 2:9 BW, 2:11 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 36 van 2023

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.