Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 3 november 2023
Persoonlijke aansprakelijkheid bemiddelaar en aandeelhouder: gewone onrechtmatige daad-maatstaf, geen verhoogde drempel
- Aansprakelijkheid toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een bemiddelaar, die ook aandeelhouder en bestuurder van buitenlandse vennootschappen is, is door het hof persoonlijk aansprakelijk gehouden omdat vooruitbetaalde gelden niet zijn gebruikt voor levering van de bestelde goederen. De A-G concludeert dat het hof terecht de gewone regels van onrechtmatige daad heeft toegepast op zijn handelen als bemiddelaar. De verhoogde aansprakelijkheidsdrempel van externe bestuurdersaansprakelijkheid (persoonlijk ernstig verwijt) geldt alleen als het gaat om handelen bij taakvervulling als bestuurder. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Kernoverwegingen
“Weliswaar betrekt het hof in rov. 3.7.1-3.7.5 dat [eiser] ook enig aandeelhouder is van Metac respectievelijk (enig) aandeelhouder en bestuurder is van HSBS, en dat hij vanuit die andere hoedanigheden een bepaalde gedragslijn heeft gevolgd. Zie ook onder 3.14.1-3.14.4 hiervoor. Dit laat onverlet dat de door het hof aangenomen aansprakelijkheid van [eiser] jegens Digitek uit hoofde van onrechtmatige daad in rov. 3.7.1-3.7.6 betrekking heeft op zijn handelen, met inbegrip van nalaten, als bemiddelaar. Niet (mede) op [eiser]’ handelen in andere hoedanigheid, in het bijzonder “bij zijn taakvervulling als aandeelhouder (of feitelijk bestuurder) van Metac of dga van HSBS”.”
r.o. 3.16.2
“Kortom, het hof gaat hier uit - zie ook rov. 3.7.1-3.7.3 - van (de schending van) een op [eiser] persoonlijk jegens Digitek rustende zorgvuldigheidsnorm in het kader van zijn betrokkenheid als bemiddelaar bij de drie overeenkomsten, waarvoor de gewone regels van onrechtmatige daad (naar Nederlands recht) gelden. Dát is ook waarop de door het hof beoordeelde vordering van Digitek jegens [eiser] is ingestoken, zoals het hof expliciteert in rov. 3.7.1-3.7.3: deze vordering berust op een door [eiser] jegens haar gepleegde onrechtmatige daad, die is gelegen in de wijze waarop hij heeft gehandeld in die rol als bemiddelaar. Dit betreft dus niet de te onderscheiden vraag of [eiser] naast Metac en/of HSBS aansprakelijk is jegens Digitek wegens “zijn handelen bij zijn taakvervulling als aandeelhouder (of feitelijk bestuurder) van Metac of dga van HSBS”. Dit laatste onderstreept het hof ook in rov. 3.7.2-3.7.3, waar het benadrukt dat het hier niet gaat om onrechtmatig handelen van [eiser] in hoedanigheid van bestuurder (van een van de buitenlandse vennootschappen) en daarmee verband houdende aansprakelijkheid naast de primair aansprakelijke vennootschap. Voor zover het subonderdeel het arrest anders leest, is deze lezing onjuist en mist het subonderdeel dus feitelijke grondslag.”
r.o. 3.16.4
“Voor zover het subonderdeel het arrest wel juist leest en zodoende feitelijke grondslag heeft, ziet het eraan voorbij dat het hof geen blijk geeft van een rechtens onjuist of onbegrijpelijk oordeel door hier uit te gaan van (de schending van) een op [eiser] persoonlijk jegens Digitek rustende zorgvuldigheidsnorm in het kader van zijn betrokkenheid als bemiddelaar bij de drie overeenkomsten, waarvoor de gewone regels van onrechtmatige daad (naar Nederlands recht) gelden. En waarop de onderhavige vordering van Digitek dus ook is ingestoken, naar het hof onderkent. Dat in dit kader blijkens rov. 3.7.1-3.7.6 de onder 3.16.2 hiervoor bedoelde andere hoedanigheden van [eiser] niet zonder belang zijn als onderdeel van de gegeven feiten en omstandigheden, betekent naar de aard nog níet dat de daar door het hof aangenomen aansprakelijkheid van [eiser] jegens Digitek uit hoofde van onrechtmatige daad - conform het door Digitek gevorderde - ‘dus’ (mede) betrekking heeft op ander handelen van [eiser] dan als bemiddelaar, in het bijzonder in een of meer van die andere hoedanigheden. Zie ook onder 3.14.1-3.14.4 hiervoor. Een andere uitkomst zou evenmin stroken met Hoge Raad-rechtspraak over het toepassingsbereik van het leerstuk van externe bestuurdersaansprakelijkheid uit hoofde van onrechtmatige daad, inclusief de daarmee gepaard gaande afwijking van die in het algemeen door art. 6:162 BW gestelde eisen door hantering van een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel. Te minder nu naar ’s […]”
r.o. 3.16.5