Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 15 november 2024
Uitstoting geschillenregeling: niet gemelde combinatiewisseling OK leidt tot vernietiging en terugwijzing
- Geschillenregeling
- Aandelenwaardering
- Boek 2 BW
Samenvatting
Uitstotingsprocedure in de wettelijke geschillenregeling tussen twee 50%-aandeelhouders van een bv. De A-G concludeert dat het eindarrest van de OK moet worden vernietigd, omdat de OK een combinatiewisseling na de mondelinge behandeling niet aan partijen heeft medegedeeld, en dat het geding moet worden teruggewezen. De klacht over de prijsbepaling van de aandelen (rekening-courantvordering als informeel kapitaal) acht hij ten overvloede ongegrond.
Kernoverwegingen
“Een rechterlijke beslissing die mede wordt genomen op de grondslag van een voorafgaande mondelinge behandeling moet, behoudens bijzondere omstandigheden, worden gegeven door de rechter(s) ten overstaan van wie die mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden om te waarborgen dat het verhandelde daadwerkelijk wordt meegewogen bij de totstandkoming van die beslissing, aldus vaste rechtspraak. Aangenomen dient m.i. te worden dat wat is verhandeld op een mondelinge behandeling waarbij de zaak inhoudelijk is behandeld, de daaropvolgende rechterlijke beslissing(en) in die zaak zal (kunnen) beïnvloeden. Een vervanging van (een aantal van) de rechter(s) ten overstaan van wie zo’n mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, moet dan ook worden verondersteld de partijbelangen te raken, ongeacht de inhoud van de na die vervanging tot stand gekomen rechterlijke beslissing(en).”
r.o. 3.8
“Uit het voorgaande volgt dat het eindarrest mede is gewezen op de grondslag van de mondelinge behandeling van 3 juni 2021. Verder volgt daaruit dat na deze mondelinge behandeling, want na de tussenarresten en vóór het wijzen en uitspreken van het eindarrest, een combinatiewisseling in de OK heeft plaatsgevonden. En dat de OK niet de onder 3.9 sub (i) hiervoor bedoelde mededeling van die combinatiewisseling heeft gedaan, terwijl zij deze mededeling wel had moeten doen.”
r.o. 3.14
“Dit brengt mee dat het eindarrest moet worden vernietigd en wel integraal, nu het zonder de onder 3.14 hiervoor bedoelde mededeling door de OK niet gewezen en uitgesproken mocht worden, zodat geheel opnieuw zal moeten worden beslist. Mede gelet op art. 2:336 lid 3, tweede zin BW dient het geding conform art. 422a-423 Rv naar haar te worden teruggewezen ter verdere behandeling en beslissing. Overigens wordt ingaande 1 januari 2025 de wettelijke geschillenregeling op onderdelen aangepast. Dit regardeert de onderhavige zaak niet, want deze blijft vallen onder het huidige recht inzake die regeling.”
r.o. 3.22