← Week 2

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 12 januari 2024

Uitleg statutaire verdeelsleutel liquidatieoverschot coöperatie; verzet tegen plan van verdeling

  • Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een coöperatie is ontbonden en in liquidatie; een aantal leden komt op grond van artikel 2:23b lid 5 BW in verzet tegen het plan van verdeling van het overschot. Het draait om de uitleg van de statutaire verdeelsleutel, in het bijzonder de berekening van de gemiddelde afname bij een lidmaatschap van minder dan drie jaar. De A-G concludeert dat het hof de uitlegmaatstaf voor statuten niet onjuist of onbegrijpelijk heeft toegepast en strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

Kernoverwegingen

“s Hofs oordeel in rov. 3.6.1 van de bestreden beschikking - te bezien tegen de achtergrond van de in rov. 3.4.2 geformuleerde uitlegmaatstaf - komt erop neer dat bij toepassing van art. 22 onder (ii) Statuten het daar bedoelde overschot wordt verdeeld over de leden die lid waren op het tijdstip van de ontbindingnaar rato van de gemiddelde jaaromzet per lid tijdens de hele periode 2017-2019, waarbij geldt dat van leden die niet gedurende die volledige periode lid waren alleen de omzet als lid meetelt voor hun gemiddelde jaaromzet in totaliteit. Blijkens rov. 3.6.1 is dát volgens het hof de (hier beslissende) betekenis die naar objectieve maatstaven al met al volgt uit de bewoordingen waarin de Statuten zijn gesteld, waaronder die van art. 22 onder (ii), waar het gaat om de “berekening van de gemiddelde omzet conform artikel 22 statuten”. In het door het hof in rov. 3.6.1 gegeven voorbeeld met “lid A” en “lid B” betekent het voorgaande dat de gemiddelde jaaromzet voor lid A € 1 miljoen bedraagt (kort gezegd: € 3 miljoen (totaalomzet in 2017-2019) / 3 (jaar)), en voor lid B € 333.333,33 (kort gezegd: € 1 miljoen (totaalomzet in 2017-2019) / 3 (jaar)). Onderdeel 1”

r.o. 3.3

“Dit komt erop neer dat de zinsnede in art. 22 onder (ii) Statuten “(of bij korter lidmaatschap gedurende hun lidmaatschap)” meebrengt dat art. 22 Statuten zich louter laat verstaan als betoogd in het subonderdeel, oftewel dat bij een lidmaatschap dat korter geduurd heeft dan de laatste drie volle boekjaren het in art. 22 onder (ii) Statuten bedoelde gemiddelde slechts berekend wordt over dat kortere tijdvak. In het door het hof in rov. 3.6.1 van de bestreden beschikking gegeven voorbeeld met “lid A” en “lid B” zou het voorgaande kennelijk betekenen dat de gemiddelde jaaromzet niet alleen voor lid A € 1 miljoen bedraagt (kort gezegd: € 3 miljoen (totaalomzet in 2017-2019) / 3 (jaar)), maar ook voor lid B (kort gezegd: € 1 miljoen (totaalomzet in 2017-2019) / 1 (jaar)). M.i. kijkt het subonderdeel daarmee te geïsoleerd en eenzijdig naar die geciteerde woorden in art. 22 onder (ii) Statuten, en kent het van daaruit ook te veel gewicht toe aan die zinsnede. Beschouwen wij - het bepaald niet ‘strak’ geformuleerde- art. 22 Statuten als geheel, met inbegrip van die zinsnede en met inachtneming van wat het hof verder betrekt in rov. 3.6.1, dan valt niet vol te houden dat deze bepaling bezien door de lens van de in rov. 3.4.2 weergegeven uitlegmaatstaf zich vanwege die zinsnede louter laat verstaan als betoogd in het subonderdeel. Dit laatste is eenvoudigweg te categorisch gesteld. Daarmee ontvalt reeds de bodem aan het subonderdeel. Volledigheidshalve zij nog opgemerkt dat […]”

r.o. 3.7.1

“Dit faalt reeds bij gebrek aan belang, omdat de daarmee bestreden overweging niet (mede) dragend is voor ’s hofs in rov. 3.6.1 van de bestreden beschikking vervatte uitleg van art. 22 Statuten. Ook zonder rov. 3.6.1, vijfde alinea blijft dit uitlegoordeel immers staan, nu dit hoe dan ook zelfstandig gedragen wordt door rov. 3.6.1, eerste t/m vierde en zesde t/m achtste alinea waaruit reeds volgt dat en waarom het hof de door [eiseressen] voorgestane uitleg van art. 22 Statuten niet volgt. In rov. 3.6.1, vijfde alinea wijst het hof op een extra argument, te weten de inconsistentie van de door [eiseressen] in hoger beroep voorgestane uitleg van art. 22 Statuten (wat alleen al aan de aannemelijkheid ervan in de weg staat, welke aannemelijkheid het hof ook los daarvan dus niet aanneemt).”

r.o. 3.11

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2024:34
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
12 januari 2024
Datum publicatie
2 februari 2024
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:23b BW
Thema
Ontbinding, vereffening en turboliquidatie, Vereniging, stichting en coöperatie
Weekoverzicht
Week 2 van 2024

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.