← Week 14

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 5 april 2024

Interne bestuurdersaansprakelijkheid stichting Curaçao: verjaring, matiging en hoofdelijkheid

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een stichting op Curaçao sprak twee oud-bestuurders aan op grond van interne bestuurdersaansprakelijkheid (artikel 2:14 BW-CUR, equivalent van artikel 2:9 BW) wegens handelen in strijd met de statuten. De A-G meent dat het verjaringsverweer terecht is verworpen en dat het principaal cassatieberoep faalt. Het matigingsoordeel is volgens hem onvoldoende gemotiveerd en kan niet zonder vaststelling van de totale schade. Een hoofdelijke veroordeling hoefde niet, omdat beide verplichtingen zijn gematigd.

Kernoverwegingen

“De klacht faalt. Onder verwijzing naar het arrest Treston/HDI van uw Raad heeft het Hof in rechtsoverweging 4.6 de juiste maatstaf vooropgesteld. Volgens die maatstaf vindt onder bijzondere omstandigheden geen toerekening van de wetenschap van een bestuurder aan de rechtspersoon plaats. Een beperking van zodanige bijzondere omstandigheden tot gevallen van het opzettelijk verbergen van wetenschap voor de andere bestuurders van de rechtspersoon, kent deze maatstaf niet. De steller van het middel maakt ons helaas geen deelgenoot van zijn gronden voor een bijstelling van de in Treston/HDI geformuleerde maatstaf. Daarom houd ik het kort: mijns inziens bestaat er voor een zodanige bijstelling geen aanleiding.”

r.o. 3.4

“Het onderdeel slaagt. Nogmaals: een rechterlijke beslissing moet ten minste zodanig worden gemotiveerd dat zij voldoende inzicht geeft in de daaraan ten grondslag liggende gedachtegang om de beslissing zowel voor partijen als voor derden controleerbaar en aanvaardbaar te maken (hiervoor 3.34). De rechter is weliswaar niet steeds gehouden om op ieder argument afzonderlijk in te gaan, maar hij dient wel alle relevante partijstellingen in zijn beoordeling te betrekken die, indien juist, (waarschijnlijk) tot een ander oordeel zouden kunnen leiden (‘essentiële stellingen’).”

r.o. 4.14

“Nader nog het volgende. Belangrijk dunkt mij dat de aansprakelijkheid uit hoofde van art. 2:14 BW-CUR veronderstelt dat [oud-bestuurders 1 en 2] van het onbehoorlijk bestuur een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dat aan die maatstaf is voldaan is door het hof aangenomen (tussenvonnis onder 4.9 e.v.) en de tegen dat oordeel in het principaal beroep gerichte klachten falen. In de overwegingen met betrekking tot matiging besteedt het hof aan die aansprakelijkheidsgrondslag en het erdoor veronderstelde schuldverwijt geen kenbare aandacht. Bovendien komen in die overwegingen kwalificaties voor die de ernst van het verwijt onderstrepen zoals dat aan [oud-bestuurders 1 en 2] kan worden gemaakt. Ik denk aan de overweging over het ‘ongepaste blinde vertrouwen van de bestuurders’ in de minister van Volksgezondheid (onder 4.21) en over de onbegrijpelijkheid van het vertrouwen van [oud-bestuurders 1 en 2] in accountant [betrokkene 1] (onder 4.22). Subtieler van aard dunkt mij de overweging over het ‘extreem naïef’ zijn van de bestuurders (onder 4.23). Daarin is eventueel te lezen dat het Hof enigszins op het aan [oud-bestuurders 1 en 2] gemaakte verwijt afdingt. Dit dunkt mij echter zeer betrekkelijk. Het betreft naar het kennelijke oordeel van het hof niet een naïviteit zoals die van een kind, maar de schuldige naïviteit van een ten volle verantwoordelijk persoon. Het Hof neemt immers niets terug van het ernstige verwijt ter zake van het onbehoorlijke bestuur, noch van de […]”

r.o. 4.16

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2024:382
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
5 april 2024
Datum publicatie
5 april 2024
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:14 BW, 2:17 BW, 2:9 BW, 6:109 BW, 3:310 BW, 6:102 BW, 6:6 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid, Vereniging, stichting en coöperatie
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 14 van 2024

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.