Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 30 augustus 2024
Vereenzelviging van zustervennootschappen ten voordele van de vennootschap; toerekening aan gemeente als rechtspersoon
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een gemeente is aansprakelijk gehouden voor het niet nakomen van een toezegging aan exploitanten van een recreatiepark. In cassatie speelt onder meer of een later opgerichte zustervennootschap mag worden vereenzelvigd met de vennootschap aan wie de toezegging is gedaan. De A-G concludeert dat de Rainbow-maatstaf (uitzonderlijke omstandigheden) niet geldt wanneer vereenzelviging niet dient als redres tegen misbruik van identiteitsverschil, en dat het cassatieberoep moet worden verworpen.
Kernoverwegingen
“Een gemeente is een rechtspersoon (art. 2:1 lid 1 BW) die wat het vermogensrecht betreft gelijk staat aan een natuurlijk persoon (art. 2:1 lid 3 in verbinding met art. 2:5 BW). De deelname aan het rechtsverkeer zal bij rechtspersonen verlopen door tussenkomst van natuurlijke personen. Het criterium aan de hand waarvan moet worden beoordeeld of een handelen rechtens geldt als handelen van een rechtspersoon, is of een gedraging (een handelen of nalaten) in het maatschappelijk verkeer heeft te gelden als een gedraging van de rechtspersoon. Bij de beantwoording van deze vraag zal onder meer moeten worden gelet op de plaats van de betrokken natuurlijke persoon in de organisatie van de rechtspersoon en de omstandigheden waaronder het in geschil zijnde handelen heeft plaats gevonden en verder op wat de maatschappelijke opvattingen zijn. Toerekening wordt gerechtvaardigd doordat de in feite handelende persoon en de rechtspersoon aan wie dat handelen wordt toegerekend, vanuit het perspectief van de benadeelde tot op zekere hoogte met elkaar zijn te vereenzelvigen.”
r.o. 4.3
“Volgens het middel geven deze overwegingen blijk van een onjuiste rechtsopvatting over de rechtsfiguur van vereenzelviging en de vraag wanneer toepassing daarvan is aangewezen, (procesinleiding onder 2.14). Bij het aannemen van vereenzelviging is terughoudendheid geboden. Onder verwijzing naar het Rainbow-arrest van de Hoge Raad, stelt de Gemeente dat het slechts in uitzonderlijke omstandigheden gerechtvaardigd is om het identiteitsverschil tussen twee rechtspersonen volledig weg te denken. De door het hof vermelde omstandigheden (op zichzelf of in samenhang) zijn niet aan te merken als uitzonderlijk.”
r.o. 4.22
“De klacht faalt. De Gemeente miskent dat het hof hier niet het oog heeft op vereenzelviging zoals bedoeld in het Rainbow-arrest, namelijk als vorm van redres tegen misbruik van identiteitsverschil om verhaalsmogelijkheden te beperken. De eiser (de Ontvanger) beriep zich op vereenzelviging van gedaagde (Rainbow) met de vennootschap waarvan gedaagde de activiteiten had overgenomen (Démarrage) zodat hij verhaal kon nemen op de gedaagde. In deze zaak is het de gedaagde (de Gemeente) die zich weliswaar op een identiteitsverschil tussen [verweerster 3] en FlexHotels beroept, maar niet op misbruik van dit identiteitsverschil. In de onderhavige zaak gaat het alleen om de vraag of de toezeggingen van de Gemeente moeten worden geacht (ook) te zijn gedaan aan FlexHotels en of de Gemeente had moeten begrijpen dat een stuitingsbrief ook namens FlexHotels werd verstuurd. Daarvoor geldt niet, en zou ook niet moeten gelden, dat sprake moet zijn van uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in het Rainbow-arrest. Het hof heeft dit dus niet miskend, zoals de Gemeente ten onrechte betoogt.”
r.o. 4.23