← Week 35

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 30 augustus 2024

Bestuurdersaansprakelijkheid na doorverkoop kantoorpand (ABC-transactie); cassatieklachten falen

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een bestuurder is in hoger beroep persoonlijk aansprakelijk gehouden uit onrechtmatige daad, omdat hij via een gecoördineerde doorverkoop van een kantoorpand tussen zijn vennootschappen een meeropbrengst en verhaalsmogelijkheden aan een mede-eigenaar en schuldeiser onthield. In cassatie klaagt hij over de uitleg van gedingstukken, bewijsrecht en de grenzen van de rechtsstrijd. De A-G concludeert dat alle klachten falen en dat het cassatieberoep moet worden verworpen.

Kernoverwegingen

“De stelling van Evemij waar [eiser] ’ betwisting volgens het subonderdeel op ziet is dat aan Hoofddorp Staete € 1.400.000,- voor het pand is betaald. Het hof begrijpt dit verweer van [eiser] blijkens rov. 3.6-3.8 van het arrest zo dat [betrokkene 2] slechts bereid was € 1.100.000,- voor het pand te betalen, vermeerderd met € 300.000,- aan kosten; die verhoging van € 300.000,- strekte tot vergoeding van projectplankosten die voor rekening van Hoofddorp Staete waren gekomen. Het hof beoordeelt dit verweer in rov. 3.6-3.7 en concludeert in rov. 3.8 (onder verwijzing naar rov. 3.6-3.7) dat [eiser] in zijn verweer tekortschiet, oftewel: dat [eiser] de stelling van Evemij dat aan Hoofddorp Staete € 1.400.000,- voor het pand is betaald onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. In dit licht kon het hof dus, gelijk het doet, wel als (onvoldoende gemotiveerd betwist) feit aannemen dat aan Hoofddorp Staete € 1.400.000,- voor het pand is betaald. Aldus past het hof art. 149 lid 1 Rv correct toe. Tegen ‘s hofs verwerping van dit verweer komt [eiser] bovendien niet op in cassatie anders dan met subonderdeel I.1, dat als gezegd faalt. Daarmee is gegeven dat ook het onderhavige subonderdeel faalt.”

r.o. 3.5.1

“Het hof stelt in rov. 3.5 van het arrest voorop dat Evemij subsidiair heeft aangevoerd dat [eiser] als bestuurder van zowel [A] als Hoofddorp Staete persoonlijk ernstig verwijtbaar, en daarmee onrechtmatig, heeft gehandeld als nader uiteengezet in rov. 3.5. Deze subsidiaire grondslag maakt het hof op, gezien rov. 3.5, uit Evemij’s betoog - samengevat - dat: “sprake is geweest van een samenstel van door [eiser] als bestuurder van beide BV’s [dus: [A] en Hoofddorp Staete, A-G] gecoördineerde rechtshandelingen, met de bedoeling anderhalve ton aan meeropbrengst aan Evemij te onthouden en haar te beletten om met gebruikmaking van haar hypotheekrecht tot uitwinning van haar restantvordering over te gaan.” Met die twee schadeposten doelt het hof uiteraard op de in rov. 3.2 genoemde bedragen € 150.000,- (de “anderhalve ton aan meeropbrengst”) en € 80.446,04 (de “restantvordering”). Zie onder 2.10 hiervoor.”

r.o. 3.10.1

“M.i. is het niet onbegrijpelijk dat het hof dit een en ander leest in de gedingstukken in hoger beroep. Het hof kon dit afleiden, zoals het doet, uit de memorie van grieven zijdens Evemij. Daaruit blijkt ook dat, anders dan [eiser] ter zake in cassatie doet voorkomen, Evemij aan de restantvordering niet slechts ten grondslag heeft gelegd dat [eiser] ten onrechte is overgegaan tot turboliquidatie van [A] , en aan de vordering met betrekking tot de anderhalve ton aan meeropbrengst niet slechts ten grondslag heeft gelegd dat de koopovereenkomst tot stand is gekomen onder invloed van bedrog en dwaling. Ik betrek in dit verband verder dat [eiser] blijkens diens memorie van antwoord, en naar aanleiding van de door Evemij in haar memorie van grieven aangevoerde grondslag onrechtmatige daad, onder meer als verweer heeft gevoerd dat hem ter zake als bestuurder van [A] en van Hoofddorp Staete níet een persoonlijk ernstig verwijt te maken valt, zodat van bestuurdersaansprakelijkheid van [eiser] jegens Evemij uit dien hoofde geen sprake is. Daarover nog het volgende.”

r.o. 3.10.2

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2024:867
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
30 augustus 2024
Datum publicatie
24 september 2024
Spoor
Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 35 van 2024

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.