← Week 38

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 20 september 2024

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens verhaalsfrustratie door overdracht van activa en turboliquidatie

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een schuldeiser sprak de (indirect) bestuurders en de aandeelhouder van een geturboliquideerde vennootschap aan, omdat zij daags na de dagvaarding alle activa overdroegen aan een zustervennootschap en de vennootschap turboliquideerden, waardoor verhaal werd gefrustreerd. Het hof wees de vordering toe. De A-G concludeert tot verwerping van het cassatieberoep: de schuldeiser hoefde de vereffening niet te heropenen, de vordering stond vast door het onbestreden verstekvonnis en het hof stelde geen te hoge eisen aan de verzwaarde motiveringsplicht.

Kernoverwegingen

“Het is ook evident dat in ’s hofs opzet van het arrest geen sprake ervan is dat Vité c.s. reeds vanwege een bepaalde hoedanigheid die zij had, los van de vraag of haar een relevant persoonlijk verwijt treft, aansprakelijk is jegens Global Pack voor schade van laatstgenoemde door het onbetaald en onverhaalbaar gebleven zijn van die vordering op DPPT (laat staan zelf schuldenaar is van Global Pack voor die vordering). In rov. 3.4-3.18 zet het hof uiteen waarom Vité c.s. in te onderscheiden hoedanigheden zélf toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld jegens Global Pack en dáárom aansprakelijk is jegens haar, oftewel waarom het onder 3.5.2 hiervoor bedoelde verwijt van verhaalsfrustratie door Vité c.s. doel treft. Daarbij betrekt het hof, mede gezien rov. 3.5-3.6, waar het gaat om bestuurdersaansprakelijkheid ook de bekende Hoge Raad-rechtspraak waarop het subonderdeel kennelijk doelt (“Bestuurders zijn immers slechts”, etc.). Dat volgens het hof - op goede gronden - in rov. 3.2-3.3 die vordering van Global Pack op DPPT vaststaat, inclusief de omvang ervan, laat naar de aard het voorgaande onverlet. Kortom: ad (ii) doet zich in werkelijkheid dus evenmin voor.”

r.o. 3.5.3

“Vooropgesteld: wat het subonderdeel aanvoert, rechtvaardigt niet de conclusie dat ’s hofs oordeel in rov. 3.3 van het arrest dat Global Pack niet gehouden was de vereffening van DPPT te heropenen (op de voet van art. 2:23c lid 1 BW), blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.”

r.o. 3.6.2

“Aangenomen wordt dat de turboliquidatie van een rechtspersoon (dus toepassing van art. 2:19 lid 4 BW) tijdens een lopende procedure, zoals bij DPPT vóór het wijzen van het verstekvonnis en ná de betekening aan haar van de dagvaarding waarmee Global Pack die procedure had aangespannen,niet meebrengt dat die rechtspersoon met betrekking tot die procedure niet langer in rechte kan optreden (niet langer procesbevoegdheid heeft). In lijn daarmee maakte de turboliquidatie van DPPT niet dat zij zonder heropening van haar vereffening geen rechtsmiddel kon aanwenden tegen het verstekvonnis. Aangenomen wordt verder dat ingeval van zo’n turboliquidatie wat betreft daaropvolgende betekening van exploten aansluiting kan worden gezocht bij art. 54 Rv. Daarbij zij nog opgemerkt dat de verzetregeling in art. 143 e.v. Rv, waar het gaat om het aanvangen van de termijn waarbinnen het verzet moet worden gedaan, meer mogelijkheden kent dan alleen betekening van het vonnis in kwestie (art. 143 lid 2-3 Rv). Over zo’n heropening rept die regeling niet.”

r.o. 3.6.4

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2024:977
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
20 september 2024
Datum publicatie
10 oktober 2024
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 2:19 BW, 2:23c BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid, Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
Aangesproken
beide
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 38 van 2024

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.