← Week 45

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 7 november 2025

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens selectieve betalingen aan zichzelf; conclusie A-G tot verwerping cassatie

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een curator spreekt de feitelijk bestuurder en indirect aandeelhouder van een vastgoedgroep persoonlijk aan wegens onrechtmatig selectieve betalingen aan zichzelf, terwijl grote schuldeisers onbetaald bleven. Het hof wees de vordering toe. De A-G concludeert dat de maatstaf voor het ernstig verwijt onder artikel 6:162 BW ruimer is dan alleen de wetenschap van benadeling en dat alle cassatieklachten falen.

Kernoverwegingen

“veroordeelt [eiser] om, uit hoofde van onverschuldigde betaling aan de faillissementsboedel van Megahome.nl Grond B.V. een bedrag van € 842.500,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 24 december 2019 tot de dag van volledige betaling, onder de verplichting van de curator om het perceel recreatiegrond aan en nabij de [a-straat] in [plaats] , kadastraal bekend [gemeente] , [sectie] , groot 85 are en 50 centiare terug te leveren aan [eiser] ; (…). In hoger beroep”

r.o. 3.4

“Dit wordt niet anders door rov. 5.7. Daarin stelt het hof eerst vast dat, gelet op rov. 5.5-5.6, in mei 2016 de financiële situatie van Mega/NPB uitzichtloos was. Daarop laat het hof volgen: dat een faillissement op termijn niet kon uitblijven en het tekort met een redelijke mate van waarschijnlijkheid viel te voorzien, waarbij niet uitmaakt dat het uiteindelijke faillissement nog ongeveer vier jaar op zich liet wachten. En: Door onder die omstandigheden aan de grote schuldeisers, Rabobank en later ook Vesteda en de gemeente Emmen niets te betalen en voor hun vorderingen niets te reserveren, maar wel betalingen en verrekeningen te laten plaatsvinden ten gunste van een gelieerde partij ( [eiser] zelf) waarbij de vennootschap (Megahome Beheer) zelf geen belang had (vonnis 23 maart 2022, r.o. 5.30, waartegen geen grief) heeft [eiser] ernstig verwijtbaar gehandeld. Dit een en ander strookt met voornoemde kader, waaraan het hof hier toepassing geeft.”

r.o. 3.44.2

“Bovendien is, anders dan het subonderdeel voorspiegelt, de maatstaf voor bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige selectieve betaling/verrekening niet louter of de bestuurder “wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade.” Dit is een mogelijk gevalstype van bestuurdersaansprakelijkheid uit art. 6:162 BW, er kunnen zich immers ook andere omstandigheden voordoen op grond waarvan een persoonlijk ernstig verwijt aan het adres van de betrokken bestuurder valt aan te nemen.”

r.o. 3.44.5

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2025:1214
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
7 november 2025
Datum publicatie
13 november 2025
Spoor
Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 3:45 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 45 van 2025

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.